Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij het wezenlijke van alle religieuze ervaring ligt op het I terrein van het subjectieve beleven, en dat ik gevoel, dat het voor de mensch uitgesloten is eenig besef te hebben van het objectieve bestaan er van. Dat hij zich nooit : eenig gedachtebeeld zal kunnen vormen van God | of van het kwaad. Maar dat hij wel degelijk ervaren kan wat zijn God, zijn kwaad voor hèm beteekent. Met andere woorden, dat het feitelijk geen zin heeft met andere menschen te spreken over de dingen van het religieuze leven als objectiev^bestaandheden, daar elke formuleering er van a priori gedoemd is door zijn onvermijdelijke onvolmaaktheid tot misverstaan en oneenigheid te leiden; maar dat wij wel één zullen kunnen worden als wij sprekende over het religieuze ons bepalen tot de subjectieve verschijningsvorm van dat ondenkbare.

Tenslotte is het toch eigenlijk in alle eeuwen en in alle rehgieuse kringen of bewegingen het subjectieve geweest dat er waarde aan gaf. Het is toch door het subjectieve verlangen der menschen naar rust, naar geluk, dat zij steeds weer gedreven zijn en worden om God te zoeken en ook, om heil te zoeken bij de verschillende godsdiensten, kerken en sekten.

En nu is door de jaren heen deze gedachte in mij gegroeid, dat de menschen één groote fout begaan hebben, n.1. dat zij uit hun subjectieve ervaringen zonder meer geconcludeerd hebben tot objectieve bestaandheden. Dit is dan de manier, waarop de fout ontstaat: Iemand ervaart dat zijn leven geleid wordt in groote wijsheid, dat een oneindig groote macht in liefde over hem waakt...; hij gevoelt langzamerhand dat hij zijn hoogste beleven het beste kan benaderen door te stamelen „Abba!" „mijn hemel-' sche Vader ...."; een ander beleeft dergelijke ervaringen; dan merken zij het van elkaar; zij merken dat velen