Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liggen op een tafel in alfabetische volgorde stapeltjes kleine naamkaartjes van de werkers, voor ieder werker een voldoend aantal.

De kinderen worden door de „beller" naar binnen geroepen en gaan in een kring zitten. De algemeen-regelaar heft zijn hand op, anderen zien het teeken en heffen ook hun hand op . . . het wordt stil. Nu begint deze andere plechtigheid, ook met een voorafgaande werkzaamheid. Ditmaal is het niet het lezen van afspraken, maar het is de controle op de wijze waarop in de afgeloopen maand de werkers zich gekweten hebben van de verantwoordelijkheid die zij op zich genomen hebben. Voor elk van de „Schoonmaakruimten" vraagt de algemeen-regelaar of die kan „wisselen". „De groote kamer, kan die wisselen?" „Ja!" klinkt het van alle kanten.

Wat een voldoening voor de twee of drie werkers die 4 weken lang die groote kamer hebben schoongehouden en verzorgd! Het blijkt wel uit de hartelijke wijze waarop verschillenden „ja!" zeiden, dat hun werk, steeds verricht buiten werktijd (dus vóór negenen, na vieren en Woensdags en Zaterdags na twaalven) gewaardeerd is. En wat is het een goede les als een ander, die zijn schoonmaakruimte eenigszins verwaarloosd heeft, op de vraag of die „wisselen mag" niets hoort antwoorden of wel na een poosje hoort: „Nee, ik vind van niet." Dan moet zoo iemand diezelfde schoonmaakruimte nog maar een maand „aanhouden", want hij heeft hem goed gekregen en moet hem ook weer goed aan de volgende schoonmaker overgeven!

Als de vloer niet geregeld het afgesproken aantal keeren per week met was geboend is, of de kamer is stoffig geworden, dan zal de gemeenschap dit gemerkt hebben en weigeren deze nalatigheid te laten passeeren. Dit is