Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII. ALGEMEENE WERKWIJZE.

Als wij — zooals vaak gedaan wordt — de twee woorden „opvoeding" en „onderwijs" bij elkaar gebruiken, dan komt voor ons wel altijd „opvoeding" in de eerste plaats. Dit wil evenwel geenszins zeggen, dat wij het onderwijs van de kinderen niet belangrijk zouden vinden. Wij hebben dan ook door de jaren heen zeer veel tijd en energie besteed aan de zuiver onderwijs-technische problemen, die zich onmiddellijk voordoen aan ieder die kinderen wil opvoeden.

Op een bizondere manier doen die problemen zich natuurlijk voor daar, waar niet zooals in de gewone scholen de „vakken" stelselmatig in klassen onderwezen worden, maar waar de kinderen zich individueel ontwikkelen kunnen, zooals bij ons: Het spreekt wel van zelf, dat daar speciale methoden en hulpmiddelen noodig zijn. Velen die met succes werkzaam zijn in het klassikale onderwijs, zullen zeggen: „geef mij maar een bord en een krijtje; meer heb ik niet noodig!" en inderdaad zal een goed onderwijzer, een goed docent, weinig meer behoeven, om de kinderen van zijn klas de vereischte kennis en het noodige inzicht bij te brengen. Wanneer men er echter om een of andere reden de voorkeur aan geeft, niet klassikaal maar meer individueel en in losser groepsverband te werken, is men eenvoudig aangewezen op het gebruik van zulke speciale methoden en middelen.

En nu zal ieder wel begrijpen, dat het geheel ondoenlijk is, in de hoofdstukken, die ik bij de opzet van dit geschrift voor deze beide onderwerpen mocht bestemmen, iets te