Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dere werkers helpen kan hetzelfde vakdeel te bestudeeren. Soms een voorwerp, zooals bij handenarbeid, waaruit blijkt, dat de gewenschte vaardigheid verkregen is. Het werkstuk kan ook zijn een lezing *) te houden voor een groep werkers en medewerkers; of wel, voor muziek, een compositie. Bij het meer gevorderde werk schrijven wij vaak slechts voor: een „werkstuk naar keuze".

Vervolgens trachten wij te bevorderen dat de werkers zelf waarnemingen doen op allerlei terrein en laten deze waarnemingen inleveren bij het „dagslot". De bedoeling is dan, dat zulke eigen waarnemingen mede in aanmerking zullen genomen worden bij de beoordeeling van de afgelegde proeven voor de betreffende vakken, (zooals natuurkunde, scheikunde, plant- en dierkunde2), kosmografie, aardrijkskunde, geschiedenis; ook muziek, beeldende kunsten, talen, bedrijvenkennis). Bij de uitvoering van dit laatste plan hebben wij naar mijn zin nog niet voldoende bereikt.

Een belangrijk deel van het werk, dat wij voor ieder vakdeel voorschrijven is natuurlijk het schriftelijk * werk dat gedaan moet worden, vóór men tot een bepaalde proef kan worden toegelaten. Dit schriftelijk werk moet de werker op de dag zelf door een van de medewerkers laten nakijken. Het laatste is natuurlijk zeer belangrijk en daarom als eisch gesteld.

Na het schriftelijk werk geven wij voor elk vakdeel aan, welk „doe-werk" er voor verricht moet worden. Dat deze daden of werkzaamheden ook werkelijk gedaan worden, wordt controleerbaar doordat de werker iedere

*) Zoo hoorden wij b.v. goede en interessante lezingen over Frederik van Eeden, Multatuli, Allard Pierson, Vincent van Gogh, Guido Gezelle, Adama van Scheltema.

2) Zie afb. p. 161.