Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keer een „zegeltje" krijgt, door een van de medewerkers geparafeerd en gedateerd. Oorspronkelijk waren dit ook kleine zegeltjes die werden ingeplakt in de werkschriften der kinderen. Nu wordt slechts met kleurpotlood een klein rechthoekje geteekend en de paraaf en datum er in geplaatst.

Behalve dit schriftelijk en doe-werk hebben wij dan nog vastgesteld welk leer-werk voor elk vakdeel gedaan moet worden. En tevens hebben wij aangeteekend, welke leermiddelen (ook boeken) erbij gebruikt kunnen of moeten worden.

Ten slotte hebben wij vastgelegd, welke vorm het s c h r i f t e 1 ij k en welke het mondeling tentamen zal aannemen, dat zal moeten bepalen of de werker het noodige inzicht, de vereischte kennis of vaardigheid verkregen heeft voor het vakdeel in questie.

Men ziet wel, dat zoo'n proef maar niet „cadeau wordt gegeven," maar dat op verschillende wijzen getracht wordt de zekerheid te krijgen, dat de stof van het vakdeel ook werkelijk beheerscht wordt.

Om nu de werker in de gelegenheid te stellen, te doen wat van hem verlangd wordt, staat dit voor elke proef op een stel kaarten aangegeven. Deze „werkkaarten" staan achter elkaar in „vakdoozen" die de kleur van de vakgroep hebben, en waarbij de vorm van het etiket dadelijk doet zien voor welk van de vakken van de vakgroep een bepaalde doos dient. Deze vakdoozen staan met de er bij te gebruiken leermiddelen in de vaklokalen.

Aan het begin van elke periode van 4 weken bespreekt een werker met een van de medewerkers voor welke proeven, (gemiddeld twee), hij zich zal voorbereiden. Dan gaat hij naar het vaklokaal en vindt in de vakdoos