Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belangstelling waarmee het werk gedaan was.

Trouwens voor knelling behoeven we bij ons niet zoo heel erg bang te zijn: De kinderen kunnen om te beginnen zelf kiezen in welk vak ze een proef zullen afleggen; ze bepalen zelf hun tempo; ze zijn vrij in de indeeling van hun tijd; ze kunnen buiten gaan zitten; ze werken vaak samen. En dan ook vooral dit: ze zitten zeer vaak alléén, dus zonder dat er een medewerker bij is, te werken. Dit laatste is niet alleen het geval, omdat we niet in staat zijn te zorgen, dat in elk vaklokaal steeds een volwassene aanwezig is om „toezicht te houden" of hulp te geven als daaraan behoefte zou zijn. Wij vinden het juist veel beter, dat de kinderen dadelijk wennen aan het idee, dat zij ook goed, ingespannen en rustig moeten werken als er geen leerkracht bij is. Dat moet het normale zijn. Dan pas is het goed, als zoo door het heele gebouw heen, stil en geconcentreerd gewerkt wordt. Dat is de proef op de som. Zoolang we dat niet hebben, is het eigenlijke doel niet bereikt. Blijkt het, dat een kind nog niet in staat is zich in die volle vrijheid zelf tot stevig werken te zetten, dan erkennen wij de mogelijkheid, dat moet worden ingegrepen. Want ieder werker moet de

| werkgewoonte krijgen. Daarvoor zal het soms voldoende blijken, een tijdlang een taak op te geven, waardoor de werker de ervaring opdoet hoe prettig het is om op te schieten met zijn werk. Meestal zullen wij dan na een maand of zoo eischen, dat hij de volgende maand iedere dag zichzelf een taak opgeeft, vóór hij opnieuw probeert in vrijheid te werken. Maar ieder geval moet natuurlijk afzonderlijk beschouwd en behandeld worden.

Nu moet nog iets gezegd worden over de lessen: Deze krijgen bij onze wijze van werken natuurlijk een geheel ander karakter dan in de scholen, waar de klasse een vak