Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rest op het andere kaartje. Bijvoorbeeld staat op het eene „wie kaatst" en op het andere „moet de bal verwachten". Het kind moet nu die helften bij elkaar zoeken en ze leggen op de spreekwoordkaart, waarvan de afbeelding het spreekwoord in questie symboliseert.

Een ander voorbeeld: Voor een van de proeven wordt vereischt het indexeeren van een boek. De artikelen van een verzamelwerk als een jaargang van „De levende natuur" worden alphabetisch op kaarten geschreven, die voor vakken als plantkunde of dierkunde in doozen bewaard worden: De titel van een artikel over „bevers" wordt bijgeschreven op de kaart B van de dierkundedoos; een over kikvorschen op kaart K en zoo voort. Er wordt in een tweede kolom bijgeschreven de naam van de schrijver van het artikel. Verder de lengte er van en de plaats waar het te vinden is.

Op die wijze krijgen wij een prachtige literatuuropgave over allerlei onderwerpen in verband met een vak. En deze literatuurlijst wordt steeds meer uitgebreid door het werk van de kinderen. Moet nu een van de werkers voor een dierkundeproef volgens opdracht van een van de werkkaarten „minstens 10 opstellen over landdieren" maken, dan zoekt hij in de kaarten en kiest bepaalde dieren uit. Daarna leest hij de verschillende artikelen over die dieren en schrijft zijn opstel op grond van zijn eigen waarnemingen en aangevuld met dingen die hij gelezen heeft. Feitelijk dus doet hij op een kinderlijke wijze „universitair werk". Goede opstellen, op deze wijze ontstaan, worden op éénzelfde formaat papier geschreven bewaard en moeten allengs een „Werkplaats-encyclopaedie" vormen, berustende op werk van de kinderen zelf.

Iets anders wat ook automatisch nu en dan in het leven