Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan komen er voor de tweede proef twee bij, de g' en a', zoodat zij dan pentatonische melodietjes kunnen bedenken en noteer en (met kleine gegomde vierkantjes gekleurd papier), zingen en op instrumenten spelen. Zijn zij met ,,de 5 tonen" volkomen vertrouwd, dan krijgen ze de ontbrekende P en b' er bij, en ook de c", zoodat ze bij de proef: ,,de 8 tonen" zich van de geheele diatonische *) toonladder bedienen kunnen.

Onderwijl worden natuurlijk allerlei oefeningen gedaan op het gebied van de rhythmiek (le tel vinden, maatslaan, natikken van een gegeven rhythmische figuur, e.d.).

Dit ,, 1 e tel vinden" vind ik zeer belangrijk. Ik laat daarvoor een groep werkers op eenige afstand van elkaar staan en speel voor ze. Zij houden hun oogen dicht en als zij de „één ' gevonden hebben, zwaaien zij hun beide armen en handen zijdelings naar links, en bij de volgende „één" naar rechts. Ik kan dan dadelijk zien of ik te makkelijk -> of te moeilijk speel. Het spreekt van zelf, dat ik gaandeweg de eerste tel meer en meer „wegstop" en door syncopen, afwisseling van triolen en achtsten e.d., de oefening moeilijker maak.

Als kinderen eenmaal de Ie tel vinden kunnen, is daarmee meteen gevonden, hoeveel tellen er in de maat zijn, en volgt het maatslaan van zelf.

Op dezelfde wijze laat ik hen ook stelselmatig de „grondtoon" vinden: eerst natuurlijk laat ik deze overduidelijk spreken als slot-toon of als dragende toon in de bas, maar langzamerhand moeten de kinderen vlot de grondtoon kunnen zingen als ik een niet-begeleide melo-

x) Kennelijk is op theoretische gronden kritiek op deze opt volkomen gewettigd. Om praktische redenen heb ik er hter toe besloten, en ik heb er geen spijt van.