Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeten doen, om de kinderen te laten voelen, dat, nu ja, een woord wel vaak een handig middel is om iets uit te drukken, maar dat hetzelfde ook wel eens zonder woord, op een andere manier kon worden tot uitdrukking gebracht. Bijvoorbeeld: wij willen gaan van de verklaring,,hij komt van avond", naar de vraag „komt hij van avond". Om zoo'n „taalbeweging" uit te voeren, verwisselen wij Hollanders eenvoudig de plaats van „hij" en „komt". Een Engelschman introduceert een nieuw woord, als hij diezelfde taalbeweging wil uitvoeren en zegt „w i 11 he come to-night". Een Franschman haalt er een heel zinnetje bij en zegt „est-ce qu'il viendra ce soir". In het geschreven Arabisch zal men 't weer anders doen, door eerst een algemeen vraagwoordje te noemen en dan de bevestigende zin te laten volgen en in het gesproken Arabisch alleen door een verandering van de intonatie, tenminste zoo meen ik mij te herinneren uit mijn Syrische tijd. Zoo bedenkt elk volk als het ware een middeltje om zich uit de moeilijkheid te redden. De taalbeweging van de „tegenwoordige tijd" naar de „toekomende" zal, om een ander voorbeeld te noemen, door de Franschman met een uitgang, door ons met het woordje „zal", worden verkregen. Uit zulke voorbeelden blijkt wel, dat het woord iets geheel bijkomstigs is. Wil men meer voorbeelden, dan denke men aan de wijze waarop in het Arabisch allerlei bepaalde vormen uit de vaste drie-lettergrepige werkwoordvorm door voor- en achtervoegsels, verdubbelingen van medeklinkers, gebruik van verschillende klinkers enz. geconstrueerd worden, om bepaalde begrippen uit te drukken.

Ik vind daarom, dat wij er naar moeten streven, bij het taalonderwijs uit te gaan van het begrip en niet van het woord. Juist hierom heb ik indertijd de taaltoestelJen be-