Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leeren zich te oriënteeren van uit hun aardsche standpunt. Later pas wordt de meer objectieve oriënteering op de wijze van de kosmografie voor hen mogelijk.

Ook bij de natuurkunde beginnen wij met de kinderen zelf te laten waarnemen. Dit neemt hier de vorm aan van het zelf-doen van allerlei experimenten, zonder verband of voorgeschreven volgorde. De bedoeling is voorloopig alleen, dat zij allerlei verschijnselen opmerken, eenige handigheid krijgen in het experimenteeren en pleizier krijgen in het vak.

Dit geldt voor de lagere-schoolleeftijd. Gedurende de volgende jaren wordt dan het gebied van de natuurkunde tweemaal bestreken: eerst, voor het gele diploma, meer ter oriënteering; daarna, voor het oranje diploma, met de bedoeling inzicht te geven.

Het vak „bedrijvenkenni s", dat bij alle diploma's een plaats inneemt, doordat voor elk diploma het afleggen van één proef verlangd wordt, behandelt achtereenvolgens: „handwerk", „eenvoudige machines* , „kleinbedrijf", „grootbedrijf" en „Planwirtschaft". Bij elk van deze 5 proeven wordt dan de volgende onderverdeeling aangehouden: landbouw en veeteelt, huisvesting, kleeding, voeding, transport en overige bedrijven.

Ten slotte enkele opmerkingen over geschiedenis. Boven werd reeds vermeld, dat wij gedurende de jaren van het „lager onderwijs" de kinderen alleen algemeene geschiedenis geven. Er zijn in die tijd 4 proeven. De eerste twee dragen de namen „Verhalen I en „Verhalen H". Het werk der kinderen bestaat dan uit het maken van opstelletjes over gehoorde verhalen en „expressie" door middel van teekenen en boetseeren. De 3e proef heet: „met de sneltrein door de eeuwen" en voert het kind in razende snelheid door het geheele ons bekende