Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofdbewerkingen gevormd kunnen worden. Zoo kan bijvoorbeeld als men 0, 1, 3, 6, 7 gegooid heeft, het getal 84 worden afgeschrapt, omdat (3 — 1) X 6 X 7 = 84 is. Wie het eerst alle 100 getallen heeft afgeschrapt heeft gewonnen. Het is een zeer animeerend spel, dat er toe leidt, dat de spelers snel de mogelijke combinaties gaan zien. De controle geschiedt hierbij natuurlijk door de groep.

Voor taal hebben we ook eenige zelfwerkzaamheidsleermiddelen :

De „letterdoos", een vakjesdoos met letters in drukschrift op vierkantjes van triplex, door de kinderen zelf gemaakt, wordt steeds gebruikt, o.a. om de woordjes te leggen die hooren bij plaatkaartjes. Op elk prentje staat op de achterkant het woord in duidelijke drukschriftlétters ter controle.

Het „1 etterziekenhui s". Dit is een doos met letters even groot en van dezelfde vorm als de drukschriftlétters van de groote letterdoos, maar veel magerder dan deze. Deze schrale dunne letters verbeelden ziek te zijn. De kinderen moeten er voor zorgen, dat zij dadelijk worden toegedekt: „anders vatten ze kou," m.a.w., ze kunnen nooit aan het eind van een woord komen. Het zijn de klinkers van de beroemde woordjes pad, pet, pit, pot, put. Als de kinderen woordjes of zinnetjes leggen, mogen ze voor de a van pad niet een gewone dikke a nemen, maar moeten ze een magere uit het letterziekenhuis gebruiken. Na een poosje gaat dan dat dikteverschil van zelf verloren.

„Paskaartjes". Op gekleurde kaartjes staan woorden als „laars", „vuur", „baal",; op anders gekleurde kaartjes staan uitgangen als „ten", „ren" geschreven. Nu zijn er merk teekent j es op beide geschreven, die aan