Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plakt. Aan het linker uiteinde scharniert een tweede reep, die aan het andere einde scharnierend aan een 3e, langere reep bevestigd is. Aldus ontstaat een driehoek (zie afb. p. 209). Op de afbeelding is de linker hoek scherp, maar duwen we tegen het onderste uiteinde van de lange reep, dan wordt deze hoek eerst recht, daarna stomp. Is de hoek recht, dan zien we voor ons de hypothenusa van een rechthoekige driehoek. Maken we op de aangeduide wijze de hoek stomp, dan zién we, dat de hypothenusa grooter geworden is. Wij weten dus eens en voor al, dat in dat geval iets moet b ij g e t e 1 d worden bij de som van de quadraten van de basis en d^.linker zijde. Evenzoo zien we dat, als we overgaan vaneen rechte tot een scherpe hoek er iets af getrokken moet worden, want we hebben de hypothenusa door de reep naar beneden te trekken korter gemaakt.

Een klein gewichtje dat aan een draadje van het toppunt van de driehoek neerhangt, maakt bij iedere stand van de driehoek de loodlijn op de basis en daarmee tevens de projectie van de linker zijde op deze lijn. Wordt de hoek 90°, dan zien wij die projectie 0 worden, en begrijpen dan dadelijk, dat het dubbelproduct in dat geval wegvalt.

Voor de sterrenkunde maken we een sterrenbeelden b o r d, een groot zwart vierkant van triplex, waarin gaatjes geboord zijn, die door dunne lijnen verbonden zijn volgens de figuren van de sterrenbeelden. Kleine sterretjes, door de kinderen uitgezaagd, kunnen op de aangegeven plaatsen bevestigd worden, doordat in het midden van elk sterretje een pennetje uitsteekt. Aldus kunnen in een les gemakkelijk zuivere afbeeldingen van de sterrenbeelden gedemonstreerd worden door de kinderen zelf.