Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Behalve de reeds genoemde hulpmiddelen bij het onderwijs zijn er nog enkele van meer algemeene aard, die ik nog noemen wil.

Bij de muziek gebruiken we eerst zelf-gedrukt m uziekpapier (11 lijnig) met o n g e 1 ij k e 1 ij n a fstanden, d.w.z. dat daar waar de interval tusschen de lijnnoten een groote terts is, de afstand „groot" is en daar waar die een kleine terts is, de afstand ,,klein" is (n.1. 24 van de „groote" afstand).

De kinderen worden er dan in het begin steeds aan herinnerd, dat de afstanden tusschen twee opeenvolgende lijnnoten niet altijd even groot is.

Pas als zij er goed van doordrongen zijn, „waar de halve tonen zitten," moeten zij het gewone, voor kinderen zoo misleidende, muziekpapier gebruiken, dat voor ongelijke afstanden tusschen tonen, lijnen bezigt die op gelijke afstanden staan.

Voor het schrijven drukten we zelf af s c h r ij f v e 1len met onderbroken regels voor die kinderen, die moeite hebben om recht te schrijven op ongelinieerd papier. De bovenste regel heeft in het midden een kleine onderbreking, de volgende een iets grootere en zoo vervolgens, totdat bij de onderste regel alleen de aanzet en het einde van de regel staan aangegeven.

Om de schriften te beschermen geeft de W. G. B. uit „schrifthoezen" van papier, waarin het schrift bewaard kan worden, maar die vooral ten doel hebben, terwijl het kind in zijn schrift schrijft de andere helft tegen vuil, opkrullen van hoeken enz. te beschermen.

Om teekenvoorbeelden, werkkaarten e.d. onder het gebruik te beschermen, hebben we de „transparanthoezen," 1) waarvan de eene zijde volkomen doorschij-

*) Uitgave W. G. B.

14. Kladergemeenschap.