Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XII. LEVEN IN DE WERKPLAATS.

Om het leven in de Werkplaats te leeren kennen moet men er in mee-leven, en liefst niet voor te korte tijd. Een beschrijving is wel iets en plaatjes brengen alles wel iets nader, maar pas als we „er in" zijn, krijgen we een levende indruk van het geheel. En dat is nu juist het ongeluk, dat wij, als belangstellenden ons vragen of zij eens mogen komen als het werk aan de gang is, bijna altijd moeten zeggen, dat dit feitelijk niet kan. Alleen in uitzonderingsgevallen, als er een bepaalde reden is, waarom iemand het werk zien moet, kunnen wij doen, wat wij het liefste altijd doen zouden: bezoekers rondleiden, zoodat zij hun eigen indrukken kunnen krijgen van het „bedrijf in actie," dus de kinderen aan het werk kunnen zien. Ik zeg dit met opzet hier, omdat allicht door de meerdere publiciteit die van dit geschrift het gevolg zal zijn, nog meer dan reeds het geval is, bovengenoemd verzoek gedaan zou kunnen worden. Vaak zegt men dan: „ik behoef niet rondgeleid te worden; ik begrijp wel, dat dit tijd van een medewerker aan de kinderen onttrekt; laat mij daarom maar stil toezien." Maar ook dit hebben wij liever niet. Eens, toen we enkele keeren achter elkaar bezoekers hadden gehad, zei een van de jongens: „*t lijkt wel, of het hier een kijkspul wordt!" Het werkt toch altijd eenigszins storend, vooral, waar wij zoo'n betrekkelijk kleine kring vormen, als er dgl. afwijkingen van de regelmatige dagelyksche routine zijn. Ik hoop daarom dat men begrijpen zal, dat het niet is uit onvriendelijkheid, ook niet omdat wij iets te verbergen hebben, als wij telkens weer „neen" moeten zeggen!

In dit verband mag ik wel vermelden, dat een van de