Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De lesgroepen zijn soms heel klein: 3 of 4; vaak ook: 6 a 8; bij uitzondering grooter: 10 a 12 leerlingen sterk. Deze groepen blijven gedurende het trimester intact; daarna kan een werker van één groep op een andere van hetzelfde vak overgaan, als dit beter lijkt. De leeftijden in eenzelfde groep voor een bepaald vak kunnen sterk varieeren en eenzelfde kind kan voor het eene vak met andere kinderen een groep vormen als voor het andere. Daar het heel gewoon is, dat oudere werkers samen niet jongeren les hebben, is het gevaar voor het ontstaan van minderwaardigheidsgevoelens sterk verkleind.

Na deze morgenlessen (waarbij niet noodzakelijkerwijze alle werkers zijn ingedeeld) wordt door eenigen de „groote kamer" die 's morgens als vaklokaal voor wiskunde gebruikt is tot eetkamer omgetooverd. In de tijd van enkele minuten staat er een gedekte U-vormige tafel, met lange banken er naast. (De meisjes timmerden de de eerste, de jongens de laatste). De kleintjes brengen de borden, messen en bekers, en al heel gauw zitten we samen aan. Als het maar even mogelijk is, hebben we onze maaltijd buiten in de „omheinde ruimte", waar de werkers rondom banken hebben getimmerd. Daar zitten we dan in de frissche buitenlucht iedere dag ons brood op te eten, genietend van zon en wind. Deze dagelijksche maaltijd is, zooals boven reeds gezegd is, juist voor het ontwikkelen van het gemeenschapsleven zeer belangrijk. Het is er net als in het gezin: allerlei

fiets naar het „Natuurbad" om te zwemmen. Wü willen n.1. dat al onze kinderen goed leeren zwemmen en van water gaan houden. Wü eten dan in het te midden van dennenbosschen gelegen natuurbad ons brood op, en zün vóór 2 uur weer in de Werkplaats terug voor de middaglessen.