Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pering nu en dan wordt als iets bizonders met gejuich begroet. x)

Ik heb hier even bij stil gestaan, omdat juist zulk „gezinsleven" steeds voor ons een ideaal geweest is, waarnaar wij hebben gestreefd. Ik wil vóór alles het gezin intact houden. Ik heb het boven al gezegd: ik geloof in het gezin en ben overtuigd dat wij bij onze bemoeiingen voor i betere opvoeding vooral moeten trachten er toe bij te ] dragen, dat wij weer betere, hechtere gezinnen krijgen, j Daarom ook heb ik nooit geloofd in de kostschool. Terwijl Engelschen bij voorbeeld, als zij er even toe in staat zijn, hun kinderen naar een „Boarding School" sturen, heb ik altijd gevoeld, dat zulke instellingen, hoe groote voor deelen zij ook ongetwijfeld bieden op allerlei terrein niet de beste, meest natuurlijke oplossing van het probleem zijn. Ik zelf ken het leven in het internaat uit verschillende ervaringen: In 1911 ging ik naar Syrië om daar „Principal" te worden van de Boys' High School in Brummana, een zendingsschool van de Friends' Foreign Mission Association, waar een 80 tal jongens van middelbare-schoolleeftijd intern waren. Door het uitbreken van de wereldoorlog werd mijn werk daar plotseling afgebroken, maar ik kreeg toch een sterke indruk van het leven in een kostschool. Ook het internaatsleven in Engeland had ik leeren kennen, eerst toen ik in University Col-

*) Het is in dit verband misschien wel goed hierbij aan te teekenen, dat er twee manieren zün om kinderen op materieel terrein te geven wat hen gelukkig maakt: de eerste is de door velen gevolgde weg, dat wü trachten hen „carrière" te laten maken, zoodat allerlei heerhjkheden binnen hun bereik komen; de andere is de weg die rmj — en dat wel in het bizonder in onze dagen I — beter hjkt: dat wü trachten hen te wennen aan een sobere leefwijze en hun leeren te genieten van eenvoudige en gezonde genoegens.