Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die door hen verricht worden is een groot aantal leerkrachten, o.a. vakmenschen voor middelbaar onderwijs, noodig. Vandaar dat wij de W. K. B. begonnen met 17 medewerkers en helpers op die 75 werkers.

Dit is natuurlijk „géén verhouding", zooals men dat noemt, maar ik zei het al — het is ook nooit de bedoeling geweest, dat dit zoo blijven zou. Integendeel: het plan dat ons voor oogen staat omvat een tiental paviljoenen] elk met circa 50 werkers, dus 500 kinderen, *) met eenl groep van 50 medewerkers. Deze laatsten denk ik mij aldus verdeeld: 3 vaste medewerkers per paviljoen maakt 30 totaal, zoodat een twintigtal plaatsen overblijft voor vakleeraren, die hun krachten geven aan de specialiseeren- < de medewerkers van de verschillende paviljoenen.

De verhouding van leerkrachten tot leerlingen is dan 1:10, wat de proportie is, die we ook in vele middelbare scholen aantreffen. Deze verhouding is natuurlijk aanmerkelijk grooter dan die in de lagere scholen, maar daartegenover staat dan als belangrijke factor2) de ac-

*) Sommigen twijfelen aan de mogelijkheid dat een zoo groot aantal uit de omgeving van Bilthoven en Utrecht gerecruteerd zal kunnen worden. Ik geloof van wel, vooreerst omdat reeds nu een tiental gezinnen ter wille van de Werkplaats in Bilthoven of de onmiddellijke omgeving is komen wonen en dit in de toekomst meer zal kunnen gebeuren. Maar ook doordat kinderen, die om een of andere reden niet bij hun ouders kunnen wonen, in internaten zullen kunnen worden ondergebracht.

2) Wanneer men niet de praktijk van deze dingen heeft meegemaakt, kan men zich denk ik bijna niet voorstellen hoe groot de besparing is als gevolg van het alles-zelf-doen. Een paar cijfers zeggen misschien wel iets: Vooreerst dat het totale budget van de Werkplaats nog maar enkele jaren geleden (alles inbegrepen, maar natuurlijk toen nog zonder eenige medewerkerszorg), twee jaren achtereen ƒ 733.— bedroeg: dan, dat het verrukkelijke werkkamp op de Veluwe, ook alles