Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderhouden hebben zij steeds alles gedaan wat zij maar doen konden. En wij mogen veilig zeggen, dat als ouders geen angst meer behoefden te hebben voor de voeding, de kleeding en de toekomst van hun kinderen, een groot deel van de angst verdwenen zou zijn, die tot oorlog leidt.

Ik geloof dan ook, dat zij, zoodra zij overtuigd zijn, dat het hier niet om een idealistische hersenschim, maar om een zakelijk, praktisch plan gaat, zullen komen met hun werkkracht, hun bezit, hun invloed en hun toewijding en dat in korte tijd iedereen het zal kunnen zien, hoe kinderen de kernen van een nieuwe, echte samenleving vormen kunnen. En als deze dan 18 jaar zijn, dan zullen zij het zijn, die door de jaren-lange ervaring in de Kindergemeenschap opgedaan, het verlangen zullen hebben en in staat zuuen blijken om ook als volwassenen kernen *) te vormen van samenwerking, waar het motto „één voor allen, allen voor één" niet slechts een vrome wensch, maar levenspraktijk zal zijn; waar de arbeid niet langer zal worden verkocht, maar steeds om niet gegeven. a) Het zal zijn als een nieuwe gemeenschap van hoop die groeit te midden van de oude gemeenschap der wanhoop, waarin de ouderen leven volgens het reeds lang

*) Hierby hoop ik dat eenmaal de I. V. O. diploma's als eisch gesteld zullen worden, en dat aldus iets als de organisatie der gilden zal kunnen ontstaan.

a) Hierbij wil ik aanteekenen, dat het m.i. foutief en ook geheel on-kinderlijk is om kinderen, zooals tegenwoordig wel wordt gepropageerd, iets te laten „verdienen" met werk. Arbeid moet een gave zijn en mag m.i. nooit worden ingeruild voor geld of goed. Elk zuiver kind voelt dit ook van nature. Een kind dat zijn arbeid verkoopt is al aangetast door de sjachergeest van onze tijd, die de arbeid tot koopwaar en daardoor tot dwangmiddel maakt. Elke arbeidsovereenkomst is m.i. prostitutie van de arbeid. Ook zorg voor medewerkers en werkers moet vrijwillig, uit liefde, geschieden; niet als een con-