Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik twaalf jaar oud was begon ik, omdat ik meer dan genoeg had van de jongensverhalen, welke mij zonder uitzondering veel te kinderachtig voorkwamen, met... Hilda van Suylenburgh. Van dat oogenblik af verslond ik met een ware razernij alles wat ik maar vangen en grijpen kon: rijp en groen, klassiek en modern, serieuze romans en colportagebelleterie, dicht en ondicht. Ik las door elkaar de verzamelde rijmproeven van den reeds lang vergeten en vergeven Bennink Jansonius en de ideeën van Multatuli; zonder te vermoeden dat de eerste auteur een zwatelende stumper, de tweede een der machtigste menschenfiguren was, die hoog boven zijn land en tijd uitgroeide. Zelfs aan een begin van schifting was ik nog niet toe. Ik had mij volledig aan het prestige van het Gedrukte Woord overgegeven, en daarvan profiteerden zelfs de onzaligste knoeiers. In mijn onmatige dorst naar kennis en plezier, vond ik, met slechts oppervlakkige schakeeringen, eigenlijk alles mooi en de moeite waard. Als een spons absorbeerde ik, redeloos en kritiek-

Sluiten