Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Arthur van Schendel is van alle auteurs, die ik ken, wel de bescheidenste. Hij spreekt zelden of nooit over zijn oeuvre. Hij kondigt nimmer aan wat hij van plan is en vertelt nooit van te voren den inhoud van het boek, dat hij wil gaan maken. Hij trekt zich op geregelde tijden terug in een ingespannen arbeid en duikt daar, na verloop van eenige maanden weer uit op, met een volledig manuscript. Wij zijn in den winter van 1921 op 1922 geruimen tijd in Alassio, in de eerste maanden van 1924 in Rapallo samen geweest, zonder dat ik ooit uit mededeelingen of toespelingen heb kunnen opmaken of vermoeden aan welken roman hij werkte. Toen „Het Fregatschip Johanna-Maria" voltooid was, zei 's schrijvers vrouw mip „hij heeft nu een boek gemaakt, waar je van zal staan kijken; iets héél anders." Dat is al, wat ik vernam omtrent een meesterstuk, dat na enkele jaren reeds klassiek is en welks verschijnen een evenement in onze letterkunde werd.

Verleden zomer in Sestri-Levante is het

Sluiten