Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor het eerst voorgekomen, dat Van Schendel ons, aan mijn vrouw en mij, eenige vertellingen uit „Herinneringen van een Domme Jongen", het boek waar hij in deze periode in opging, voorlas. Hij leest buitengewoon mooi; zondereenig uiterlijk vertoon, zonder ook maar de geringste neiging tot declamatie of welsprekendheid. Hij verstaat echter meesterlijk de kunst om, door een met opzet eentonig gehouden dictie, den nadruk te leggen op de merkwaardige gebeurtenissen, welke achter zijn text plaats grijpen. Deze verhalen hebben namelijk een dubbelen zin. Zij vertellen een anecdote, welke men op zichzelf met genoegen en instemming ervaart; maar voor de ware lezers speelt er zich, op een ander plan en in een andere atmosfeer, nog een heel andere geschiedenis af.

Deze verheven dubbelzinnigheid heb ik elders in onze ktteratuur nog niet ontmoet. Ik moest bij deze „Herinneringen van een Domme Jongen" voor zooverre ik ze ken, telkens denken aan een goochelaar, die

Sluiten