Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Exterieur van één der cellen van de „dollengaanderij" in het oude Pest- en Dolhuis aan de Hoogstraat, thans als archiefruimte in gebruik bij de Afdeeling Zedenpolitie. (Afb. no. 8).

De pestmeester mocht aan „luyde van vermogen", dus aan rijke burgers voor een „visitatje" 12 stuivers in rekening brengen, terwijl de min- en onvermogenden „om niet" werden onderzocht of „ter discretje". (Zie art. 2 der op pagina 31 afgedrukte ordonnantie van 1626).

Niet onvermeld mag blijven de functie van ziekentrooster, die bij rijk en arm werd geroepen om troost en hulp te bieden als de dood dreigde. Als ziekentrooster, die bij de ernstigste epidemieën in het midden der 17de eeuw trouw zijn plicht vervulde, wordt genoemd Christiaan Carels.

Zoowel de ziekentrooster als de pestmeester fungeerden meermalen als getuige bij uiterste wilsbeschikkingen van pestlijders, omdat de notaris dikwijls de(n) zieke niet durfde te bezoeken.

Als passende het meest bij de medische behandeling, zij omtrent de algemeene hygiënische voorschriften van de stadsregeering medegedeeld, dat deze wel werden uitgevaardigd, doch meermalen ook slecht werden nageleefd.

In een keur van 1467 werd voorgeschreven, dat in een huis waar een pestlijder was overleden, gedurende 6 weken daarna geen nering of ambacht mocht worden uitgeoefend.

De kleeren en goederen mochten binnen 6 weken niet verdeeld worden. In 1603 werd afgekondigd, dat vrouwen niet meer mee mochten ter begrafenis en dat op de marktdagen

Sluiten