Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Interieur van één der cellen van de „dollengaanderij" in het oude Pest- en Dolhuis aan de Hoogstraat, thans als archiefruimte in gebruik bij de Afdeeling Zedenpolitie. (Afb. no. 9).

de begrafenissen in den namiddag moesten geschieden.

5 September 1664 schreef een keur voor, dat alle overledenen voortaan slechts door daarvoor aangestelde doodbidders- of dragers ter aarde besteld mochten worden en dat het dragen van lange rouwmantels op straat verboden was.

Ongetwijfeld zullen in Rotterdam wel dezelfde voorzorgsmaatregelen zijn genomen als elders, b.v. in Amsterdam en Utrecht. Uit een besmet huis moest daar een bos stroo hangen, terwijl de vensters in geen zes weken mochten worden geopend. Het beddestroo der pestlijders moest worden verbrand.

Personen van de pestziekte genezen, oppassers (verplegers) en oppasseressen (verpleegsters) benevens de bewoners van een besmet huis moesten 6 weken lang een wit stokje dragen.

In 1635 verbruikte het Gasthuis veel stroo, en veel kalk, hetgeen er op zou wijzen, dat inderdaad het beddestroo werd verbrand en de muren een extra keer werden gewit.

Bij het Pesthuis zelve was ook een kerkhof.

Wij zijn nu genaderd tot de vraag hoe de medische behandeling van de krankzinnigen in het oude Pest- en Dolhuis is geweest, voor zoover althans van medische behandeling kan worden gesproken. Ter beantwoording van deze vraag zijn zeer weinig gegevens voorhanden, althans tot om-

Sluiten