Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezellig maken van de verpleegruimten werden platen aangeschaft. Aan verbetering van het meubilair werd eveneens gewerkt.

Het verschil van smaak uit die dagen en thans blijkt wel uit de navolgende aanhaling omtrent het meubilair: ,,In het afgeloopen jaar zijn de tafels en banken en alles in eene nabootsing van eikenhout geverfd, hetgeen een zeer goed effect maakt en veel beter voldoet dan de groene kleur, waarmede zij vroeger bestreken waren."

Van het vele vermaak, dat de patiënten vonden in de muziek, die ten beste werd gegeven op een verdraagbaar orgel, is meerdere malen in de jaarverslagen gewag gemaakt en onwillekeurig trekt men een parallel tusschen de diensten van dit orgel en de radio, die thans overal ingang heeft gevonden op de zalen.

Het tuinonderhoud en de verzorging van het gevogelte geschiedden door patiënten.

De figuur van den decoratieschilder, die op onze Inrichting de feestzaal heeft verrijkt met eenige mooie decors en voor de zalen vele aardige, kleurige schilderstukjes vervaardigde, vindt zijn pendant in den kunstschilder, die in de zestiger jaren in het Dolhuis werd verpleegd en ook toen het huis met tal van kleinere en grootere schilderstukken heeft verrijkt.

De liefde voor de dieren werd zóó aangemoedigd, dat er op de zalen kooien met vogels werden gehouden. In het jaarverslag over 1859 werd zelfs gerapporteerd: „Onze menagerie is dit jaar verrijkt met een aap, die in de mannenafdeeling veel genoegen geeft."

Het dragen van gestichtskleeding scheen in die dagen geen voorschrift te zijn.

Dat Dr. van Charante veel voor het vroegere Dolhuis heeft gedaan, blijkt nog uit een brief van 18 October 1858, waarin het gestichtsbestuur aan de weduwe van Dr. van Charante schrijft met gerustheid te kunnen zeggen, dat de verbeterde inrichting en verpleging vooral aan zijn goede zorgen zijn te danken geweest. In genoemden brief wordt aan de Weduwe Charante dank gebracht voor de som gelds, die zij beschikbaar heeft gesteld voor de aanschaffing van een duurzaam aandenken. Voor deze som gelds hebben de bestuurderen van het Dolhuis indertijd een klokketoren met uurwerk laten plaatsen op het nieuw gebouwde gedeelte van het Dolhuis. De Commissie van Bestuur schreef aan de Weduwe Charante: „W^ij beschouwen dien klokketoren als een aandenken aan eenen man. wien wij niet alleen om zijn kunde en menschlievendheid hoogschatten, maar wien wij ook oprechten vriendschap toedragen en wiens nagedachtenis wij steeds in hooge eere houden."

Sluiten