Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

algemeen bekend.

Tot slot zij echter nog vermeld, dat het idealisme en de humaniteit, die ongetwijfeld bij het inrichten van de Buitendiensten een belangrijke factor zijn, ook reeds omstreeks 1870 tot een deel van den arbeid van de tegenwoordige Buitendiensten leidde, al was dit natuurlijk op veel kleinere schaal.

Zoo blijkt uit correspondentie van 21 December 1860, dat de Inspecteurs van het Staatstoezicht in een circulaire hadden aangedrongen op het tot stand brengen van een patronaat: „ter ondersteuning, leiding en behartiging van de belangen van herstelde behoeftige krankzinnigen".

De Commissie over het krankzinnigengesticht achtte geen termen aanwezig om tot de oprichting van een patronaat over te gaan, wijl, naast de zorg van het Burgerlijk en Kerkelijk Armbestuur de Commissie zelve zich het lot der ontslagenen aantrok, en zooveel mogelijk hielp, o.a. in het bezorgen van de een of andere betrekking met het gevolg, dat, voor zoover de Commissie zich kon herinneren, geen der ontslagenen „tengevolge van armoede of anderszins" weder was ingestort.

Hieruit blijkt nogmaals de groote verandering, die er in het tijdperk van 1836—1860 op het gebied van de verpleging der geesteszieken en de denkbeelden omtrent deze deerniswaardigen in Rotterdam was ontstaan.

Toen den 10 Augustus 1909 „Maasoord" — wel eens vergeleken met een villapark (zie afbeelding no. 13) — in gebruik werd genomen, was de schrede vooruit niet minder belangrijk, integendeel. Bijna 300 jaar, nadat in September 1609 het besluit werd genomen om speciale huisjes te bouwen om de onrustige patiënten te „bewaren", ving hiermede een nieuwe belangrijke periode in de behandeling der Rotterdamsche armlastige geesteszieken aan. De geschiedenis van het Pest- en Dolhuis (Beterhuis, Doorgangshuis) nam daarmede voorgoed een einde.

Poortugaal, 4 September 1934.

Bronnen:

Een deel der afbeeldingen, alsmede de bijlagen, werden welwillend door het Gemeente-Archief afgestaan, terwijl immer altoos volle medewerking werd ondervonden bij het naslaan van verschillende stukken en gegevens.

Voorts werden geraadpleegd:

Bronnen voor de Geschiedenis van Rotterdam.

De oudste Kronieken en Beschrijvingen van Rotterdam en Schieland.

Geschiedkundige Beschrijving der Stad Rotterdam, door G. van Reyn.

Rotterdam in den Loop der Eeuwen.

Rotterdamsch Jaarboekje van 1925: Pestepidemieën in Rotterdam, door Dr. H. C. H. Moquette.

Sluiten