Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

avonds ieder separaat in hunne vertrekken worden geplaatst en opgesloten en wel het heeren en juffrouwen Padua mitsgaders die genen omtrent welke zulks gevoeglijk kan geschieden, des zomers ten tien uuren en des winters ten half tien uuren en de overige des zomers ten negen uuren en des winters ten acht uuren.

Art. 14. Zal acht geven dat de geconfineerden niet bekomen eenig gereedschap daar mede zoude kunnen worden gebroken.

Art. 15. En opdat ook geene instrumenten onder iets verborgen aan de geconfineerdens mogten toekomen, zal de binnevader aan geene geconfineerdens mogen behandigen, doen of laten behandigen, ietwes, hetgeene bij de vrienden,' bekenden of anderen mogten werden gegeven om aan de geconfineerdens te werden overhandigd, ten zij hetzelve naauwkeurig te hebben gevisiteerd.

Art. 16. De binnevader zal moeten zorg dragen dat de geconfineerdens op het Padua des morgens vroegtijdig werden ontsloten, gelijke mede die van de geconfineerdens welke geoordeeld werden niet gevaarlijk tezijn en overzulks over de plaats zullen mogen gaan en tevens zorgen dat de aangewezene trapdeuren en hekken in de gaanderijen, mitsgaders deuren van het kerkhof behoorlijk gesloten werden en blijven tot welk kerkhof geene geconfineerdens eenige toegang zullen mogen hebben dan op speciale ordre van regenten. Ook zal niemand op het Padua geplaatst, gepermitteerd zijn, zonder speciale toestemming van regenten daar buiten op een der plaatsen of gaanderijen te wandelen.

Art. 17. Zal wijders moeten secreteren wie geconfineerdens zijn, als mede 't geene aan hem wegens dezelve mogte voorkomen zonder aan iemand daarvan iets te openbaaren, maar zal gehouden zijn daarvan aan regenten kennis te moeten geven.

Art. 18. Gelijk het aan niemand wie hij zij gepermitteerd zal zijn, onder wat benaming ook het huis te bezigtigen of een of meer geconfineerden te spreken, buiten consent van regenten.

En zal niemand der geconfineerdens mogen geven, pen, papier, inkt of potloot, dan op ordre van regenten of den praesis derselven en zal alle brieven en geschriften van de geconfineerdens alsmede die aan hun geadresseerd zijn, moeten overgeven en de ordre van regenten daaromtrent achtervolgen. En zal over zulks geene zoodanige brieven of geschriften zonder goedvinden van regenten van of aan de geconfineerdens bestellen of overgeven, directelijk of indirectehjk en op dat alle onbehoorlijke correspondentien worden geweerd, zal de binnevader alle de geconfineerdens, de welke ontslagen worden alvorens te laten vertrekken, wel naauwkeurig visiteren of onder hen of hunne goederen, zoodanige

Sluiten