Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Instructie voor de Oppasters in het Krankzinnigenhuis te ROTTERDAM (vermoedelijk dateerende uit het midden der 19e eeuw).

Art. 1. De Oppasters zullen aan Heeren Regenten alle achting en respect bewijzen; aan den Huis-Vader en Huismoeder ondergeschikt zijn, en de orders van den Geneesheer stiptelijk opvolgen.

Art. 2. Alle de Vrouwelijke krankzinnigen zijn aan de zorgen der Oppasters toevertrouwd, welke dus hun welzijn, naar hun beste weeten verplicht zijn te behartigen en hun voor alle leed en nadeel te behoeden, zij zullen hun dus nimmer door eene ruwe behandeling, door schelden of vloeken beleedigen veel minder door slagen of andere mishandelingen verbitteren; maar veel meer door gepaste toespraak trachten op te beuren en te vertroosten, zij zullen dus steeds met vastberadenheid te werkgaan zich nimmer aan toorn of drift toegeven en geene vrees of besluitenloosheid verraden.

Bij razende lijderessen moeten zij echter alle gepaste maatregelen van voorzorg en zelfsverdediging nemen en zoo noodig de hulp van den Huisvader of der manlijke Oppassers inroepen.

Art. 3. De Vrouwe simpelzaal de bovengang voor Vrouwelijke patiënten met de daarop aanwezige kabinetten, de Kraamkamer en de zoogenaamde Dollegang staan bepaaldelijk onder hun toezigt als ook het Vrouwen Padua en zij zijn verplicht zorg te dragen dat dezelve dagelijks door de onder hun opzigt staande krankzinnigen behoorlijk worden gereinigt en zullen zij daartoe de noodige teregtwijzingen aan de krankzinnigen geven. De sleutels der voornoemde localen zullen hun tot dat einde door den Binne Vader worden ter hand gesteld en zijn zij voor de behoorlijke sluiting derzelve verantwoordelijk als ook voornamelijk van de deur op den trap. Zij zullen zorg dragen dat geene der aan hunne zorgen toevertrouwde personen zich verwijderen of op de Beneden plaatsen of waschhuis of elders onder de manlijke krankzinnigen zich begeven, behalve diegeene welke door den Huis-Vader of Huis-Moeder tot bezigheden in keuken waschhuis of elders worden geroepen: ook zullen zij geene der Manlijke Oppassers veel min krankzinnigen op de voor de Vrouwen bestemde plaatsen toelaten; dan wanneer hun dienste aldaar wordt gevordert.

Art. 4. Zij zullen zich altijd door een vlijtig ordenlijk eerbaar gedrag onderscheiden zich aan geene oneerlijkheid of dronkenschap schuldig maken daar zulks hunne verwijdering uit dit gesticht onverwijld zoude ten gevolge hebben.

Zij zijn verantwoordelijk voor alle de hun toevertrouwde kleedingstukken, gereedschappen en meubelen en zal bij vermissing de waarde derzelve van hunne tractementen worden

Sluiten