Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ingehouden. Zij zullen zich nimmer buiten hunne vaste uitgang dagen buiten het Gesticht mogen begeven, zonder speciale order of vergunning van den Huis-Vader en ook wanneer hunne tegenwoordigheid in het Gesticht op hunne uitgangsdagen door den Huis-Vader of Geneesheer noodig werd geoordeelt, zich daaraan zonder tegenspraak moeten onderwerpen, zij zullen zich nimmer buiten voorkennis van den Huis Vader met eenige boodschappen brieven of Commissien voor of aan de Patiënten mogen belasten en nimmer eenige geschenken van welk een aart ook van hun of hunne betrekkingen mogen aannemen.

Art. 5. Zij zullen des morgens tijdig volgens de bestaande order de Patiënten wekken en ontsluiten, toezien dat zij zich behoorlijk reinigen en aankleeden, en die geene welke daartoe buiten staat zijn, daarin behulpzaam zijn, zij dragen zorg dat elk hunner geregeld deszelfs vastgesteld ontbijt bekomen en nuttigen, doen vervolgens onder hun toezigt door daartoe geschikte patiënten de bevuilde slaapplaatsen en hokken reinigen zorgen voor het lugten het droogen der dekens en ander beddegoed, zijn de patiënten in hunne werkzaamheden met raad en daad behulpzaam zij zorgen altijd dat een hunner bij het opscheppen der spijzen tegenwoordig zij en dat elk der aan hunne zorgen toevertrouwde personen de spijzen behoorlijk nuttigen en verleenen aan zulken welker toestand zulks noodzakelijk maakt hietoe de noodige hulp, zorgen voor het behoorlijk reinigen en wegbergen der eetenskommen en lepels zijn evenzeer bij het avondeeten behulpzaam en zorgen dat de Patiënten zich ter behoorlijker tijd ter rust begeven helpen hun wier toestand zulks vordert in het ontkleeden alvorens te sluiten letten zij op of zij zich behoorlijk hebben ter rust gelegd en vernemen of hun noch iets mogt ontbreken.

Atr. 6. Aan hun is de zorg voor vuur en licht op hunne afdeelingen aanbevolen, zij betrachten hierin de meest mogelijke spaarzaamheid en voorzigtigheid ten einde schade en gevaren van brand voor te komen en zullen nimmer eenig vuur of licht in de cellen der krankzinnigen toelaten. Zij vermogen geene Vrienden of bekenden van hun op een der zalen toelaten maar zoo verre iemand hun wenschte te spreken zal hun daartoe in het Voorhuis de gelegenheid worden gegeven.

Art. 7. Bij het opnemen eener nieuwe Patiënte zullen zij zoodra mogelijk onderzoeken of zij eenige beleedigingen of schade aan dezelve ontdekken en tevens voor derzelver reiniging zorgen.

Art. 8. Ingevalle van ziekte van een der Patiënten worden dezelve in de kraam of Oppasters kamer geplaatst waar zij onder het bepaald en onafgebroken toezigt der Oppasters staan welke zoowel voor het toedienen van voedsel, verfrisschingen en geneesmiddelen de naauwkeuriqste zorae draaen

Sluiten