Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Math. 25, 36 Cleet hem : u eighen vleys / ontreckt / noch en mijt /

Job 24, 4 Maeckt niet dat den Armen voor U moet vreesen /

Psal. 41, 1 Weidien / die hem den nootdruftighen aenneemt met

vlijt /

Dien sal de Heere / in noot haer verlosser wesen / Levit. 19, 10 Soo en suldy oock uwen Wijn-Berg soo naeuw niet

lezen /

Maer den Armen en vreemdelinghen daer oock wat laten :

Jacob 1, 27 Want de zuivere onbevlekte Godsdienst is desen /

Deut. 27 : 19 Dat men Weduwen en Weezen altoos comt te baten/

En in haer verdruckinge besoeckt uit Charitaeten / Denckt / Godt heeft my gheseghent / 'ten is niet schadich / / mijn

Tobie 4, 7 Ick wil 't weder vergelden aen Godts Arme Lidtmaten :

Die den Armen Bermhertich is, sal Godt ghenadich / / zijn.

III.

Job. 6, 14 Wie sijn even naesten gheen Barmherticheyt bewijst '

Roma 8, 39 Die verlaet de vreese Godts, die hem soude leyden

Tot de waere Liefde / die daer uyt rijst / Math. 25, 35 Maer die den Armen hier mildelijck spijst /

Sirach 3, 31 Sal Godt hiernaemaels / zijn Rijck bereyden :

Prover. 28, 27 Want ghelyck als 't water 't vier doet verscheyden / Deut. 15, 7, 11 Alsoo blust de Aelmisse de sonden uyt.

Wie den Armen hier ontfarmt sonder verbeyden / En sal gheen kommer lijden / soo de Schriftuer beduyt : Dus mildelijck voor den Armen u Schatten ontsluyt / fc-nd' een ider gheve soo hy in sijn herte bevindt : 2 Cor. 9, 7 Niet uyt Swaricheyt noch Bedwangh / als bedorven

Cruyt :

Roma 12, 8 Want Godt den blymoedighen Ghever bemint.

Acto 20, 35 T' is saligher te gheven / dan te nemen ghesint /

Math. 10, 42 En wie een van den kleinsten te drincken sal roepen

Een Beker kout Waters / sijnen loon hy windt : Luce. 6, 35 Dus leent hier / sonder iet / daer van weder te hopen /

Uwen loon sal groot wesen / hier wilt nae loopen : Math. 25, 40 Want wat ghy een van desen mijnen Broederen hebt

ghedaen /

Prov. 14, 31 Jae de minste van allen / myn ghenade staet open/

Dat neem ick (seyt Christus) als selfs ontfaen / Jaco. 2. 14 Dus laet ons (door 't Geloove) hier vast op staen :

Dani. 12, 2 Want den onbarmhertighen / sal lijden ghestadich / /

pijn /

Johany. 5, 29 Maer de Barmhertige sullen door den Doot in 't Leven

gaen /

Math. 5, 7 Die den Armen Bermhertich is, sal Godt ghenadich / /

zijn.

IIII. PRINCE.

Veel Princelijcke Prijsen / boven den Oppersten Prijs < Waerdich elcx (Die den Liberalen In-legger / van Godt is bereydt / 300, guldens. Sijn hier noch te winnen met een deuchdelijck Advijs /

Twee vergulde overdeckte Coppen ghemaeckt Propijs / Met Veerthien hondert guldens aen geldt daer in gheleydt :

Sluiten