is toegevoegd aan uw favorieten.

Herdenkingsrede uitgesproken op 23 November 1932 ter gelegenheid van de viering van het 250-jarig bestaan der Ned. Herv. kerk te St. Anna Parochie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een oogenblik heb ik gedacht dat in het oude bouwplan sprake was van een consistorie. Er wordt tenminste gesproken over consistorie stoelen. Daarmede zullen echter bedoeld zijn de zitplaatsen van den kerkeraad in het z.g.n. vierkant. Er zullen zeker ook in later dagen meer dingen in de kerk aanwezig geweest zijn, dan wij nu zien. Zoo heeft b.v. ook de Grietman van Aijlva zich een gestoelte doen bouwen, waarvan het bestek nog aanwezig is.

Van hetgeen nu nog te zien en te bewonderen valt, zullen de Van Harensbank en de grafkelder er het eerst gekomen zijn. Voor de grafkapel staat blijkens het epitaaf het jaar 1686 vast. De koperen deuren zijn een geschenk van een Zweedschen koning aan den Ambassadeur van Haren. De grafkapel is in de 19e eeuw met de Van Harensbank overgegaan in handen van den Grietman Van Andringa de Kempenaer. In 1884 heeft de familie de bank overgedragen aan de kerkvoogden op voorwaarde van onderhoud der kapel. Een en ander blijkt uit een vergeten contract, door mij in het archief terug gevonden. De kapel is pl.m. 1902 gerestaureerd door de bemoeiingen van Jhr. Victor de Stuers.

De restauratie werd bekostigd door een 4-tal late verwanten der Van Harens: Graaf v. Hogendorp, Baron du Tour, Baron Sixma van Heemstra erf^hr. v. Sandick (Kosten pl.m. fl 500).

In de vorige eeuw, na de laatste bijzetting van Willem Anne van Haren in 1835 is ze een tijdlang door een muur van de kerk gescheiden geweest. In dezen tijd is de grafkelder gedempt.

Het orgel dateert uit 1727, is afkomstig van een latere Willem van Haren en herhaaldelijk gerestaureerd, laatstelijk onder mijn ambtsvoorganger, toen het geheele binnenwerk vernieuwd werd.

De preekstoel ontbrak nog in 1694. Ook uit dat jaar bestaat een oud archiefstuk, het concept van een verzoekschrift, waarin pogingen worden aangewend de

dochters van de overleden Hartoginne von Simmern in Duitschland te bewegen voor vernieuwing zorg te dragen. In verband hiermede is het voor mij nog niet zoo zeker, dat deze prachtige kansel een geschenk is van Willem van Haren en dat het zijn wapen geweest is dat van het schild op de kap verwijderd is.

Evenmin is de herkomst bekend van de grootste der 5 koperen lichtkronen, die ook bij dag stralen vanwege de voorliefde van onze kostersvrouw.

De 4 kleinere zijn in 1820 geschonken door de gecommitteerden tot het fonds dei kustkanonniers en uit de overgeschoten gelden van dat fonds bekostigd. Bij de overdracht hield Ds. P. Noordhoff een rede over de in dit verband veelzeggende spreuk: „Aanzien doet gedenken", „waarbij hij de vergadering in een korte rede kwam op te wekken om dezelve gedurig en zoo dikwijls de gelegenheid zich dieswege aanbood te komen beschouwen en alzoo meer en meer opzettelijk en naarstig gebruik te maken van den openbaren Godsdienst".

Ik zou nog lang kunnen stilstaan bij het vele dat de gemeente te danken heeft aan tal van gevers. De vroegere grietmannen van Het Bildt hebben grootendeels gezorgd voor de rijke collectie Avondmaalszilver, al zijn ook daaronder stukken van onbekende herkomst. Voor het laatst werd deze collectie in 1833—'34 verrijkt door een geschenk van den oud-secretaris van Het Bildt en oud-ouderling der gemeente Everardus van Loon. Uit dankbaarheid voor het feit dat hij tot op hoogen leeftijd zijn zwaar getroffen familie kon verzorgen, gaf hij in 1833 3 zilveren schotels voor het H. A., in 1834 een zilveren doopschaal. In de inscriptie wordt de naam van den schenker niet aangetroffen. Ook verzocht hij den kerkeraad op geen wijze er melding van te maken. Toch is dat geschied in de notulen van die jaren. De mooie schenkingsbrief is nog aanwezig.