is toegevoegd aan uw favorieten.

Het oogenblik

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schriftletters wazig en bleek, en verscheen in koninklijke halen een nieuw boekingshoofd: P. van Dogteren, glanzend als in de beste goudbronsinkt.

Het visioen was verblindend. Van Dogteren stond wel vijf minuten lang gebogen over het boek, eer hij zeker was dat hij op een dwaze wijze aan het droomen was geweest.

Nadat hij het Grootboek weer in de kast had gezet, bleek echter toch dat in het personeelkantoor een zonsverduistering was ingetreden, ook bewogen de bedienden zich er sloomer dan tevoren. Op hetzelfde oogenblik wist hij, dat de oude Dufay nu eenzaam in het privé-kantoor zat, tegenover het leege bureauministre van Dufay Junior en diens nog leegeren stoel. Met verwondering constateerde hij in zichzelf een gevoel van verteedering voor den Patroon, als hij nog nooit had waargenomen, en zoo begaf hij zich voor de allereerste maal in zijn kantoorleven op eigen initiatief naar het privékantoor om den ouden Dufay bij te staan.

Maar de oude heer Dufay wenschte niet bijgestaan te worden, ondanks zijn tweeënzeventig jaren, misschien juist tengevolge van dien. De oude heer Dufay had de jongere generatie, die nu eenmaal bloed was van zijn bloed, niet uit den tempel van Mercurius kunnen weren, hij had de methoden van den koffiehandel fin de siècle aanvaard, maar niet bewonderd. Herinnerde hij zich niet den tijd dat hij op den zolder der Handelmaatschappij zijn eigen tafel met koffiepotjes bezat en de handelaars in rust en met tact de diverse soorten kon laten proeven? De jongere generatie had thans een beurs, waar veel werd geconverseerd en ook wel wat