is toegevoegd aan uw favorieten.

Het oogenblik

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij in den tredmolen der zorgen en plichten. De kinderen echter, als alle kinderen, zijn in geenen deele bekend met dit feit. Wel vinden ze dat hij oud wordt en een beetje saai, humeurig soms en dan „werkelijk grof", zooals Annemarietje in een gesprek met Henri Pierre constateert, „men kan wel zien, dat vader geen opvoeding heeft gehad". Van Dogteren heeft te doen alsof hij niets hoorde.

Zeide ik u niet, dat 1926 een moeilijk jaar was? Van Dogteren heeft het dansen allang opgegeven, de dokter is er trouwens niet meer zoo voor. Mevrouw heeft zich gewend aan de gedachte, dat haar tweede jeugd voorbij is; daarbij loopt men tegenwoordig kans zijn eigen dienstboden in de dancings te ontmoeten. Ze heeft nu een bridgeclubje voor de namiddagen en bezoekt des avonds de vergaderingen van een Comité tot Reorganisatie van het Middelbaar Onderwijs, dat zij heeft helpen oprichten. Gustaaf Leonard n.1. lijdt ontzettend onder de Talen en zijn moeder lijdt mede met haar jongste, daarbij is zij een vrouw van de daad. „Ik ben nu eenmaal extravers georiënteerd", zegt zij tegen Van Dogteren, die toestemmend knikt. Hij knikt altijd toestemmend als zij in psychologische termen spreekt, het is een eenvoudige en bruikbare methode.

Van Dogteren knikt tegenwoordig veel bij velerlei gelegenheden, dat kan ja of neen beteekenen, zijn woorden worden schaars. De onmisbare procuratiehouder entameert al eens een zaakje op eigen verantwoordelijkheid, hij heeft weinig geduld voor oudere menschen, maar hij laveert werkelijk heel aardig tegen de jaren 27/28 op. „Wij houden het toch maar", zegt