is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Duitsche nationaal-socialisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij noemen dan allereerst Graaf Reventlow. In Nederland werd in het heetst van den Duitschen kerkstrijd, ook in de Christelijke pers, de lof gezongen van Reventlow, omdat hij zich, zoo heette het Har. durfde te verzetten tegen den op de Kerk uitgeoefenden dwang. Deze krantenmenschen wisten niet, dat Reventlow wilde absolute vrijheid van de leer in de Kerk, en ijverde voor een Duitsch Christendom.

Daarnaast heeft men Dr. Joh. von Leers, de schrijver van felle anti-Joodsche schrifturen; Prof. Günther, de rassengeleerde, en Prof. Hauer uit Tübingen. Deze laatste vatte in hun orgaan, Reichswart, eigendom van Reventlow, hun bedoelingen als volgt samen: „Wij staan in een Duitsch geloof, dat zijn sterkte put uit het religieuse erfgoed van het Duitsche volk, wiens scheppende religieuze kracht gedurende meerdere duizenden jaren tot heden levend is gebleven. Wij gelooven, dat wij, wortelend met onzen Duitschen oorsprong in een goddelijke werkelijkheid, plicht en verantwoordelijkheid dragen voor een „duitschgeboren" geloof. Wij verwachten van den Leider (dat is Hitier), dat hij ons als de belijders van 't levende GermaanschDuitsche geloofsgoed, de vrije uitoefening van dit Duitsche geloof en het vrije onderricht en de opvoeding onzer kinderen naar Germaansch-Duitschen zin zal schenken." Ons dunkt, dat deze uiteenzetting voor zichzelf voldoende spreekt.

Hier heeft men als het ware het verzoek, om deze wereldbeschouwing als de derde confessie in het Rijk toe te laten.

Dan is daar nog de merkwaardige figuur van Dr. Herman Wirth, prae-historicus aan de Universiteit te Marburg. Aan hem zullen wij, wijl het hier een Nederlander geldt, nog eenige meerdere ruimte wijden. Eerst deelen wij mede, dat volgens Prof. Hauer deze Werkgemeenschap in September van 1933 ver over 100.000 leden telde. Op een millioenenvolk is dat niet veel, doch door het groote getal intellectueelen, hetwelk toegetreden is, is met dit cijfer niet alles gezegd. Ook worden nogal studenten aangetrokken, als behoorende tot den legertros van deze intellectueelen.

In Mei 1933 maakte een landgenoot te Berlijn ons opmerkzaam op een tentoonstelling, welke onder den titel „Der Heilbringer" propaganda wilde maken voor dit zoogenaamde ware „Deutschtum". Samensteller van deze tentoonstelling, welke gehouden werd in het „Zentralinstitut für Erziehung und Unterricht", Potsdamerstrasse 120, was Professor Dr. Wirth. Hij gaat in Duitschland door voor een der beste kenners van den oer-Germaanschen tijd. Zijn eenigszins Vlaamsche figuur, gestoken in groen sportcostuum met korte broek, blijft gemakkelijk bij. Op den Rijkspartijdag te Neurenberg zag ik hem herhaaldelijk in druk gesprek met vooraanstaande nationaalsocialisten. Het komt er nu op aan, of zijn „wereldbeschouwing" kans heeft de heel- of semi-officieele te worden. Gelukkig kan nu reeds gezegd worden, dat dit niet het geval zal zijn.

Om elke werkelijk groote figuur, dus ook rondom den Rijkskanselier Hitier, dwarrelen van die wonderlijke typen, die hun dag gekomen