Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na al die eeuwen is op Buiten- en Binnenhof ter wille van het verkeer veel veranderd, maar thans nog vertoont dit stukje van de stad het eigenaardige beeld van een kasteelaanleg.

III. GRAAF ALBRECHT OP ZIJN HOF (± 1360).

Meer dan eenig ander vorst vóór of na hem maakte graaf Albrecht van Beieren Die Haghe tot zijn eigenlijk tehuis. Terwijl hij 's zomers meestal in Henegouwen was en in 't voorjaar bij voorkeur Zeeland bezocht, bracht hij bijna eiken winter op zijn kasteel Die Haghe door. En in 't laatst van zijn regeering, toen hij begon op te zien tegen de vermoeienissen, die vooral in die dagen het reizen meebracht, vertoefde hij bijna onafgebroken hier.

Het grafelijk gezin stond vroeg op. Men leefde, evenals nu nog de boeren, met de zon mee. Reeds bij zonsopgang stond men op en als de duisternis inviel, ging men naar bed. En dat was te begrijpen, want, och, wat moest men zich met een gebrekkig kunstlicht behelpen! De smeer- en waskaarsen verspreidden maar een zeer onvoldoend licht. En goed warm was 't in die groote vertrekken ook niet te krijgen: de houtblokken en de turf waren niet bij machte de groote holle zalen te verwarmen; de steenen vloeren waren zoo koud en de ramen met glas in lood tochtten zoo. Dan maar liever naar bed!

Als de graaf weer opgestaan was, hielp een page hem bij 't wasschen en kleeden, zoodat hij gauw gereed was om naar de vroegmis te gaan.zoodra het klokje van de Hofkapel zich had doen hooren.

Van de mis terug, liet hij zich in zijn woonzaal wat brood

Sluiten