Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En aan zeven aanzienlijke poorters werd bevolen, binnen een jaar een bedevaart naar Jerusalem te ondernemen.

De stad verloor al haar voorrechten. De poorten werden gesloopt; de muren en wallen geslecht. En als boete voor haar ongehoorzaamheid moest ze een groote som gelds betalen.

Dat was de straf, die de stad Delft werd opgelegd.

V. DIE HAGHE IN DEN GRAFELIJKEN TIJD.

Doordat de graaf en zijn edelen langzamerhand hun vaste verblijfplaats in Die Haghe vestigden, kwamen er behalve jagers, valkeniers, trommelslagers en enkele ambachtslieden ook al heel wat neringdoenden, winkeliers, in de nabijheid van het grafelijk kasteel wonen. Het land om het grafelijkheidsgebied heette Haagambacht en werd alleen door boeren bewoond. Het grafelijkheidsgebied lag om het Binnenhof. Het omvatte de Plaats, het Lange Voorhout, Lange en Korte Vijverberg, het Binnenhof en het Plein. Tot in't midden van de 14e eeuw woonden in het dorp van Die Haghe nog minder menschen dan thans in Wateringen of in Monster.

Bijna alles wat het Hof zoo al noodig had, werd van elders betrokken; Die Haghe zelf kon zoo goed als niets leveren. Als het slot hersteld moest worden, haalde men de kalk, de steenen, het hout en de leien uit Rijswijk, Dordrecht of uit Utrecht.

Onder graaf Albrecht beleefde het dorp Die Haghe een voorspoedigen tijd. Het breidde zich zoo uit, dat er een vijftal buurten gevormd werden: de Zuytveen, de Noirtveen, bi Noordenhout, op te Gheest en bi den Denneweg. De laatste buurt moeten we niet bij den tegenwoordigen Denneweg zoeken, maar in den omtrek van den Schenkweg en de

Sluiten