Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun godsdienstoefeningen in een kerk, gebouwd op dezelfde plaats, waar eenmaal die van 1635 stond. Hoewel hun niet meer verboden werd hun kerk te bouwen aan de straat, hebben zij als herinnering aan den tijd van verdrukking ook het nieuwe gebouw zoo geplaatst, dat het van buiten gezien niet den indruk van een kerk maakt.

X. DEN HAAG IN DE XVIIe EEUW.

In het begin van de 17e eeuw was Den Haag reeds een plaats van aanzien. Hoewel de vijand, de Spanjaard, reeds lang buiten Holland gedrongen was, bleef toch het gevaar van een verrassing bestaan. Daarom drong Maurits bij het plaatselijk bestuur aan op het versterken van de stad. Toch kwam het niet tot een bepaalde omwalling. Dat kostte te veel geld en men vond 't ook niet beslist noodzakelijk, want ieder jaar werd het gevaar minder. Maar wel werd in de eerste 20 jaren der 17e eeuw Den Haag geheel door grachten omringd.

De singels werden bijna geheel als een rechthoek aangelegd, waarbinnen voorloopig nog heel wat onbebouwd land lag.

In het Noorden werden ze gegraven aan het einde van het Noordeinde en vormden de tegenwoordige Mauritskade en den Hoogen Wal. Dan bogen ze om den tuin van het paleis van Frederik Hendrik, het tegenwoordige Koninklijk Paleis, naar 't Zuiden en liepen ter hoogte van het eigenlijke dorp als Noordwal meer naar 't Westen. Daarna volgde een stuk Noord-Zuid, dat het Westeinde raakte: de tegenwoordige Noord- en Zuidwest-Buiten- en Binnensingels. Van de plaats, waar nu het Gemeentelijk Ziekenhuis staat op den Zuidwal, liep het water naar het Oosten, voorbij de Wagenstraat, die toen nog Zuideinde heette, en het Spui. Daarna

Sluiten