is toegevoegd aan uw favorieten.

Indië en het opium

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het werk stelden om aan den druk van het opium-gevaar voor hun land te ontkomen.

In 1906 werd een besluit uitgevaardigd, waarbij de aanbouw van papaver en het gebruik van opium in China verboden werden en wel zóó, dat het besluit na 10 jaren volledig tot uitvoering moest zijn gekomen.

Het Engelsen-Indisch gouvernement ging thans met dit besluit accoord en zou zorgdragen, dat de export telken jare met lOpCt. zou verminderen, mits de productie in China in gelijke mate zou dalen. Feitelijk zou dus in 1917 in China het verbruik van opium buiten de geneeskunde geheel moeten zijn opgehouden. De uitkomst is echter geheel anders geweest, niettegenstaaande de groote belangstelling, waarin het opium-vraagstuk zich allerwege mocht verheugen.

Toen de Vereenigde Staten van Noord-Amerika in 1899 de Philippijnen in bezit namen, vonden zij daar een door de Spanjaarden ingevoerde reglementeering van den opium-handel. Evenals elders was de gewoonte om opium te rooken bijna uitsluitend bij de Chineezen in zwang. Als de Amerikanen echter den handel bevrijdden van de reglementeering, kreeg het kwaad ook op de Inboorlingen vat en om erger te voorkomen werd in 1903 een commissie benoemd, die van Japan tot Java overal naging, wat daar ter reglementeering van het opiumverbruik was tot stand gebracht. Dit leidde tot een wetgeving op de Philippijnen (1905), maar bovendien tot een internationale conferentie te Shanghai (1906), die op initiatief der Vereenigde Staten was samengekomen en waarop 13 regeeringen, waaronder ook de Nederlandsche, vertegenwoordigd waren.

In deze conferentie, die met het aannemen van zes resoluties werd besloten, moet de oorsprong der opium-wetgeving in de meeste landen gezocht worden. De conferentie van Shanghai bracht de opium-kwestie van uit het „Uiterste Oosten" naar Europa over, niet alleen omdat het niet meer uitsluitend de redding van China van het opium-gevaar gold, doch ook omdat Shanghai in 1911 gevolgd werd door de opium-conferentie van Den Haag.

Op 23 Januari 1921 kwam het Internationaal Opiumverdrag tot stand, waaraan in weinige jaren een 40-tal staten hare goedkeuring hechtten. Dit verdrag is ook de grondslag geweest voor de opiumwetten, die in verschillende landen zijn tot stand gekomen. In Nederland werd de eerste dergelijke wet in 1920 in werking gesteld.

In 1924-1925 werd te Genève onder de auspiciën van den