is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzamelde gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ruischte zoo fluistrend door de blaren, Ging zingend door de korenaren, Hij zong zoo zacht, zoo heerlijk teeder Als ééns mijn moeder voor haar kind.

Zijn adem kwam van 't hooge loover, En toen hij door de zaadjes zocht Vond hij mij droomend daar beneden: Hij nam mijn hart toevallig mede, En bhes 't met hen de wereld over Als moeders laatste ademtocht.

En 'k vloog en droomde over de dalen En 'k zag weer dat betooverd veld,

En weer die reuzen en die dwergen,

En die kasteelen op de bergen,

En al die wondere verhalen Door moeder ééns, vroeger, verteld.

Toen was 't of van de donkre landen De hemel immer verder week -

De koele avond kwam mij wekken

En met zijn witten dauw bedekken -

Alsof met hare bleeke handen Moeder mij weder wakker streek.

En 'k zonk zoo diep - diep in de aarde,

Tot ik in 't donker wakker lag: Boven mijn hoofd stonden de sterren, Zoo zacht, zoo vriendlij k, ach - zoo verre, Dat 'k weifelend naar boven staarde Of ik in moeders oogen zagl

HET OOGENBLIK Wat is het stil

En goed en zacht, De zon die wil

In mijn gedacht.