is toegevoegd aan uw favorieten.

Het donkere licht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meester uitgelachen. Jan wil geenen meester zijn en geenen doodgraver en geenen olieman zelfs meer Ik neb ohe genoeg aan de menschen geleverd, zegt Tan en ik heb dagen zat mee m'n kaarske geloopen. Het ohekaarske staat den lesten tijd ongebruikt in den kleinen schop.

—Jan Ohe staat. Achter de kachel ügt het slichtmes. Jan Ohe vat het. Hij zet den aardbol mee den hoed op m den herd. Hij knipt er een oogske tegen. Hij wipt het hoedje van den aardbol mee een hand langs achteren omhoog en hij zegt: óók goejendag! Mee éénen slag van het geslepen süchtmes liggen hoed en aardbol gespleten en aan gruzelementen. ~i* *?..stü- De Hok aan den muur in den herd is stil bhjyen staan. Tusschen twee zoevende rukwinden m hoort Jan Oüe de oüelamp suizen. Een stormwind bespringt de deur, die eraf dendert en rammelt in t gebint. Jan Oüe staat overeind. Op de kachel heeft hij een moor water staan. Jan Ohe neemt dien en schenkt er water uit in een komke op tafel Van de beddeplank in de bedstee Krijgt hij zijn scheerzeep en zijn scheermes en voor den spiegel aan den muur neven de buitendeur gaat Jan Ohe zijn eigen inzeepeh. Hij heeft den teschneuzik van zrjnen hals af gedaan. Hij trekt gezichten. Hij krrjgt nen dikken, witten hals van de zeepschuim. Hij zegt: pchè pchè, nondetju! Hij knipt een oogske tegen zijn eigen beeld en salueert mee een wuivende hand Wij schudt zijnen kop op en neer, kijkt opzijn gerekte halsspieren tusschen de witte schuim en zeept verder Dan vat hij het scheermes. Hij zet het aan op zijn hand