Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ren we boven 't vuur. Als de kewö ook maar een beetje van de scherpe lucht in de keel krijgt moet hij hoesten. We kunnen dan op 't geluid afgaan en vinden hem

spoedig." ...

Een vuurtje was gauw gemaakt en weldra verspreidde zich een scherpe, doordringende damp overal door t gebladerte. Daar het in de tropen zelden waait,heerschte er in 't onmetelijke woud een drukkende stilte. Alle drie luisterden nu aandachtig toe. Langen tijd werd niet het minste geluid vernomen. Doch eindelijk — jawel — op betrekkelijk korten afstand was 't, of een brommige. oude heer zwaar zat te kuchen. Het geluid kwam uit een grooten sana-boom en heel in den top kon men nu een donkere gedaante onderscheiden. De kontroleur mikte lang en zorgvuldig. Toen trok hij af. Een rauwe kreet weerklonk en een groot, zwart lichaam plofte door de takken naar beneden om met een doffen slag op den boschgrond neer te smakken. De kewó verroerde zich niet meer; de kogel was hem recht door het hart gegaan.

Een oude mannetjes orang-oetan is, ronduit gesproken een afzichtelijk monster, donkerroest-rood van kleur met lange ruige haren en een afschuwelijken grijns op het gelaat. De blanke en zijn oppas stonden aandachtig naar het lichaam van den menschaap te kijken blij dat ze er eens een zoo van dichtbij te zien kregen. Maar Daoet, meer bekend met het leven der „boschmenschen" keek angstig om. Hij meende achter zich eenig geritsel te hebben vernomen. Wie beschrijft zijn ontsteltenis toen hij reeds dicht bij zich de wijfjes-kewó ontdekte, die haar verslagen gemaal kwam wreken. Door den schrik weigerden zijn beenen hem

Sluiten