is toegevoegd aan uw favorieten.

Vertellingen uit onze Oost

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Toradja is gevleid en spreekt eerst met een enkel woord, dan vol vuur over de genietingen van de jacht.

Ze eindigen met goede vrienden te zijn en spreken af den volgenden dag samen te jagen.

Dan verdwijnt Topo in zijn woning; de blanda in de tent, die zijn bedienden inmiddels hebben opgeslagen.

Vóór dag en dauw trekken ze er op uit. De Hollander is er op voorbereid eerst tegen den avond de sapi oetans te ontmoeten. Hij heeft plechtig beloofd de koeien en kalveren ongemoeid te laten. Geen zijner bedienden mocht mee. Ook Tamil moest thuis blijven. Diep in de wildernis aan den rand van het woud vatten ze post op behoorlijken afstand van elkaar. Onbeweeglijk turen ze over de alang alang of er niet een gehoornde stierenkop verschijnt. Doch alles blijft rustig. De cicaden sjirpen; een boschhaan kraait hoog en schel; uit de kruinen der boomen klinkt het "diepe geluid van de koem-koem (woudduif). Maar geen sapi oetan verwaardigt zich te verschijnen. Een kidang tripf pelt over de ruige vlakte. Een harig zwart zwijn schiet schuw voorbij. Dan is 't weer rustig.

Eindelijk — als de zon reeds laag staat, kraken er dorre takken en een kudde van zes anoa's komt uit het woud te voorschijn. Het zijn alle wijfjes — meest jonge dieren, die rustig beginnen te grazen. Ze hebben er niet het minste vermoeden van welke gevaarlijke vijanden zich in de buurt bevinden. Langzaam verwijderen zich de grazende dieren tot ze in de hooge rietgrassen zijn ver/lwenen.

Een oogenblik daarna knappen er stengels; rietplui-