is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondslagen der maatschappijschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitvoerige Latijnsche redevoering" hield voor een „talrijke en aanzienelijke schare van toehoorders", terwijl een leerling een stuk in het Latijn voordroeg, alles opgeluisterd door „een fraai muzijk van liefhebbers". Dat het eindexamen echter niet al te ernstig werd opgenomen en de curatoren geheel op de verklaringen der docenten afgingen, blijkt wel uit het wegblijven van een leerling „uit hoofde van den zilveren bruiloft zijner ouders"1).

Ook werd nu en dan een leerling tot de promotie toegelaten „op de gunstige informaties van den Rector wegens zijnen ijver en vorderingen in het private onderwijs"x). Dit waren kostleerlingen van den Rector, die de Latijnsche school niet bezochten. Herhaalde malen werden ook leerlingen, die nog een half jaar moesten studeeren, gepromoveerd, o.a. met het motief, dat „de studie op de academie daardoor verkort kon worden"2). Een typisch staaltje van de geringe waardeering, die blijkbaar sommige dienaren van het klassiek, door de traditie gekroond onderwijs, koesterden voor het nieuwe maatschappelijk onderricht, was, dat een der docenten van de Latijnsche school bij een promotie weigerde in dezelfde bank te zitten, waarin de secondant van het instituut had plaats genomen3). De bedoelde docent was door Curatoren bij zijn benoeming nog wel aanbevolen als iemand, die „zachtheid en goedheid van hart aan de noodige kracht en standvastigheid paarde en zich onderscheidde door braafheid en goede zeden niet minder dan door vlijt en talenten". Hij zou dan ook „nieuwen luister bijzetten- aan den welgevestigden naam der scholen". Nu waren Curatoren over het bovengenoemde gebrek aan beschaving echter zoo verstoord, dat zij verklaarden „niet verder met soortgelijke onbetamelijke, aankondigingen te worden lastig gevallen"*).

Voor het scheppen van goede verhoudingen onder het personeel was zeker ook niet bevorderlijk, dat de belooningen der docenten niet alleen laag waren, maar onderling ook veel verschilden5).

x) Notulen van Curatoren der Hooge Lat. scholen van de stad Haarlem, July 1804—July 1830, p. 356.

*) Idem, p. 369. (ty&m ') Idem, p. 668. *) Idem, p. 669.

*) In 1815 waren in Haarlem de tractementen als volgt geregeld. Rector /1400, Prorector ƒ850, Conrector /650, Praeceptor ƒ550, Directeur instituut /600, Assistent ƒ250. Deze bedragen werden door het aandeel in het minerval iets verhoogd, met dien verstande, dat wie het hoogste stamsalaris had, ook het grootste aandeel ontving. Zoo bedroeg het werkelijk salaris van den Praeceptor