Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III. DE PATRIOTTENTIJD.

In den tijd van de Republiek regeerden in de steden van ons land alleen de alleraanzienlijkste burgers. Het waren de rijkgeworden koopmansgeslachten, die zich uit de zaken teruggetrokken hadden. De gewone burgerij had heelemaal niets in te brengen.

Die achttiende-eeuwsche regenten waren heel deftige menschen. Zij wilden graag als bezitters van prachtige buitens naast hun vroegeren burgerlijken naam een of anderen titel voeren, bv. „Schuitemaker, heer van Zandvliet". Zij kochten zich een of andere heerlijkheid en zoo kreeg hun naam een adellijk tintje.

Zij hielpen elkaar vaak bij 't bezorgen van de vette baantjes, die binnen hun bereik vielen, terwijl ze daarbij ook hun dienstpersoneel niet vergaten. Ja, zelfs stelden ze daarvoor regels vast en deden elkaar beloften, die beschreven werden in „contracten van vriendschap of correspondentie."

Onder de nagelaten papieren van een van de burgemeesters van 's-Gravenhage, 't Hoen genaamd, bevindt zich een lijst van de baantjes, die door hem weggeschonken waren en ook een aanteekening van de namen der personen, die wel wat zouden krijgen, maar nog niet geholpen waren.

Het is wel aardig, eens te lezen, hoe dat in z'n werk ging. De eerste lijst vermeldt o. a.:

10 Augustus 1789. Johan Coenraad Walter, getrouwd met Hanna, oud-domesticq van Mama Ravens; x) survivance van Klapperman. (Dit beteekent, dat deze Walter klapperman zou worden, als hij den tegenwoordigen overleefde).

i) Mama Ravens was de schoonmoeder van burgemeester 't Hoen.

Sluiten