Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV. DEN HAAG IN DEN FRANSCHEN TIJD.

Op Zondag 18 Januari van het jaar 1795 begaf Stadhouder Willem V zich naar Scheveningen. Maar hij werd niet, als gewoonlijk, door troepen vergezeld; geen geluid van trommen en trompetten, geen gejuich zelfs deed zich hooren!

Toch waren er velen op het strand aanwezig. Het gerucht, dat de Prins naar Engeland zou vertrekken, had zich namelijk verspreid. Hij wilde niet in de macht vallen van de Fransche troepen, die het grootste deel van ons land reeds bezet hadden.

Daar, voor het strand van Scheveningen lag een pink gereed, de visscherspink, waarmee de Stadhouder zou vertrekken!

Zwart van menschen zagen de duinen, want bijna gansch Den Haag had den Prins gevolgd. Toen Zijne Hoogheid afscheid genomen had van de vrienden, die hem het laatst vaarwel op het strand wenschten toe te roepen, begaf hij zich met zijn zoons naar het eenvoudige vaartuigje. Een gunstige Oostenwind bracht hen naar de Britsche kust.

Nooit zou hij het vaderland weer terugzien!

Vier dagen later, op Donderdag, den 22sten Januari 1795, trokken de Fransche huzaren Den Haag binnen! Juichend werden ze begroet door honderden burgers. Alle oranjeteekens waren nu afgelegd. De Fransche nationale kokarde werd op den hoed gestoken.

Op 6 Februari zou de Vrijheidsboom op het Buitenhof geplant worden. Des morgens om half negen al verzamelden een achthonderdtal leden van de Burgersociëteit zich op den Ouden Doelen. In optocht begaven ze zich naar het Buitenhof. Voorop droeg een hunner den Vrijheidshoed hoog op een speer. Veertig jongemannen torsten den Vrijheidsboom, die met zijn dragers omkranst werd door een slinger van groen, meegedragen door veertig jonge meisjes, allen

Sluiten