Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoe minder gevaar verhoogt het gevaar.

geef indien noodig teekeos.

5. Rijd nooit langs een stilstaande tram.

6. Rijd nooit met zijn drieën naast elkaar.

7. Haal geen kunstjes uit met losgelaten stuur, enz.

8. Rijd niet vlak achter auto's en trams.

9. Laat je nooit voorttrekken door auto's en trams.

10. Houd steeds rekening met de voetgangers. Juist zij hebben soms zeer weinig verkeersroutine.

DE MOTORRIJDER.

Voor hem is het gebod: het in orde zijn van z'n machine.

Want het volkomen in orde zijn van de machine is, daar met veel grooter snelheid gereden wordt, de „conditio sine qua non" voor eiken motorrijder. Hij moet dus geregeld voor het wegrijden zijn machine nazien.

DE BESTUURDER VAN MOTORRIJTUIGEN.

moet vooral zijn wagen goed kennen. Ook door deze groep weggebruikers wordt vaak tegen de verkeersregels gezondigd.

Het bezit van een auto is onder ieders bereik gekomen en is de droom geworden van den „kleinen man" (met zijn confectiepakje an) en Louis Davids heeft dan ook op dit liedje een liedje van den „olieman" laten volgen, die ergens op een „autokerkhof" een oeroud Fordje heeft gekocht, dat kuchend en ratelend zijn weg door den

Sluiten