Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WENKEN VOOR DE VERLICHTING.

A. Voetgangers.

Des avonds is de voetganger veilig zoolang hij het voetpad of trottoir gebruikt. Maar op den rijweg is hij tusschen auto's, fietsen en karren de eenige weggebruiker zonder hulpmiddel ter verbetering van de zichtbaarheid. Niets maakt op den weg, vooral bij ongunstige weersomstandigheden (regen of nat wegdek) den voetganger zoo onzichtbaar als donkere kleeding. Het is niet voldoende, dat de automobilist den voetganger ziet, hij moet hem bijtijds zien, om op den weg, die misschien slibberig is te kunnen remmen of uitwijken. Gebleken is, dat een donker gekleede voetganger er niet op rekenen mag, dat de automobilist hem op meer dan 60 m afstand waarneemt, en dat deze afstand vermindert tot 35 a 40 m, wanneer er van den anderen kant een verblindende tegenligger nadert. Een automobilist, die met meer dan 50 km per uur rijdt, kan bij zoo'n korten afstand den voetganger aanrijden. Daarom geldt voor den voetganger, die zich op een rijweg moet bevinden, de goede raad: laat U tenminste een witten zakdoek op den rug spelden. De zichtbaarheid neemt daardoor sterk toe. Van 35—40 m worden het 70—75 m. Natuurlijk is iemand nog verder zichtbaar, wanneer hij een witte regenjas draagt, of een riem met drie goede kaatslichten (reflectors).

B. Fietsers.

De fietser zorge er in de eerste plaats voor, dat zijn lantaarn niet recht vooruit schijnt. Hij hindert andere weggebruikers, doordat hij ze verblindt, maar hij heeft er ook zelf geen nut van. Hij ziet den weg vóór zich veel beter, wanneer de lichtbundel zoo naar beneden is gericht, dat deze den weg op 10 a 20 m voor het rijwiel treft. Wanneer de fietser een lantaarn gebruikt, die hij meer of minder naar beneden kan richten, kan hij, naar gelang der omstandigheden steeds de beste verlichting kiezen. Ook als de lantaarn naar beneden gericht is, blijft ze goed zichtbaar voor een aankomende auto.

Veel slechter is het gesteld met de zichtbaarheid van den fietser voor het verkeer, dat hem inhaalt. Het roode kaatslicht (de reflector) is in de meeste gevallen onvoldoende, goede reflectors zijn eigenlijk een uitzondering. En het is zelfs de vraag, of een goede reflector den

Sluiten