Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wielrijder steeds voldoende beschermt bijv. wanneer bij slecht weer de auto voor een tegenligger het licht moet verminderen.

Het witte spatbord kan beter zichtbaar zijn dan een slechte reflector, maar het is steeds minder goed zichtbaar dan een goede reflector, en waar deze zelfs kan falen, spreekt het vanzelf dat het witte spatbord geen afdoende oplossing is.

De eertige goede beveiliging van den fietser is het roode achterlicht, zooals het tegenwoordig al in België, Frankrijk en Italië is voorgeschreven. In deze achterlichten kunnen lampjes branden met een zoo gering stroomverbruik (0,04 ampère) dat de voorhanden rijwieldynamo deze extrabelasting gemakkelijk kan verdragen.

De fietser beschouwe de kleine uitgave voor zoo n achterlicht als een lage premie voor een verzekering tegen ongevallen op den weg. C. Automobielen.

Men moet ermee rekenen, dat de volle bundels van de autokoplichten een tegenligger steeds verblinden. Daarom wachte men met 't omschakelen op den lageren lichtbundel niet tot het laatste oogenblik, d.w.z. tot de wettelijk voorgeschreven afstand van 100 m van den tegenligger. Het is beter al eerder tot de niet verblindende verlichting over te gaan. Uit den aard der zaak zal men bij dit licht minder ver kunnen zien, maar ieder automobilist zal dan toch zoo ver mogelijk willen zien, als mogelijk is zonder den tegenligger te verblinden. Hiervoor is het noodig, dat er bij het „gedimde" licht (wanneer dit bijv. op een muur valt) een bovengrens van den bundel duidelijk te zien is. Plaatst men op 10 m afstand van een koplicht een scherm, dan moet bij vol belaste auto, die bovengrens van den bundel tenminste 10 cm en ten hoogste 25 cm lager liggen dan het midden van het koplicht.

Koplichten, waarbij deze bovengrens van den naar omlaag gerichten bundel op het scherm niet te zien is, verlichten niet voldoende den weg zonder den tegenligger te verblinden.

Een ernstige fout, die nog veel begaan wordt, is het rijden met slechts één koplicht. Dit is, vooral op smalle wegen gevaarlijk, wanneer de tegenligger daardoor in de meening komt te verkeeren, dat hij niet met een auto, maar met een motorfiets te doen heeft.

H.

22

Sluiten