Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. De voertuigen worden als volgt ingedeeld:

I. Licht wegverkeer:

a. personen-automobielen.

b. lichte vrachtautomobielen (maximum wieldruk 1800 kg.)

II. Zwaar wegverkeer:

a. autobussen en touringcars.

b. alle overige vrachtautombielen niet vallende onder de categorie I, onder b.

c. motorrijtuigen voorzien van andere dan luchtbanden. (Het gebruik van z.g. massief rubberbanden ware geheel te verbieden).

d. aanhangwagens.

Tenslotte zij hier, met een enkel woord, melding gemaakt van de internationale regelingen inzake het zware wegverkeer.

Bij het Internationaal Verdrag van Parijs van 1925*) inzake het toelaten van buitenlandsche motorrijtuigen is in art. 7, onder de punten A en B., de grens aangegeven voor motorrijtuigen vallende onder het begrip licht verkeer (toeristisch verkeer), dan wel onder het begrip zwaar-verkeer (vrachtverkeer).

Deze grens ligt bij een totaal gewicht van 3500 kg.

In onze Nederlandsche wetgeving is de grens getrokken bij een (totalen) wieldruk van 1200 kg.

Het onderscheid tusschen deze twee beginselen is echter niet zoo groot als men op het eerste gezicht wel meent; een volbeladen normaal 2-assig motorrijtuig wegendepl.m. 3500 a 3600 kg. zal inderdaad een grootsten wieldruk van pl.m. 1200 a 1300 kg. bezitten.

Niettegenstaande het eenerzijds aanbeveling verdient om nationale voorschriften voor zooveel mogelijk in overeenstemming te brengen met internationale afspraken, moet worden vermeld, dat het vaststellen van maximum wieldrukken ten aanzien van de controle zekere onomstootelijk vaststaande voordeelen biedt boven het vaststellen van grenzen voor de totale gewichten van voertuigen.

W. W. E. VON HEMERT, w.i. Ingenieur in bijzonderen dienst b.d. RijksWaterstaat in de Directie Wegenverbetering.

*) Goedgekeurd Wet van 21 Juli 1928, (Staatsbl. No. 291 v. 1928)

Sluiten