Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nastreven, waarin de grauwe middelmatigheid zou heersen; zij spreken over een wereld, waarin, voor het eerst, de kunsten en wetenschappen geëerd zullen worden, waarin alle gaven zich zullen kunnen ontplooien, omdat de zorg voor het naakte bestaan zal zijn verdwenen. Door onze regeling van de economie, zeggen de socialisten, verlossen wij de maatschappij van al die materiële gevaren en bedreigingen, die thans de geesten beheersen en vernietigen, en wij maken dus de geest vrij, zodat wij in wezen niet de materialisten zijn, waarvoor we doorgaan, doch de enige werkelijke idealisten en spiritualisten. Maar het zijn juist de groepen, die zich het meest met de geestelijke dingen bezig houden, die weigeren geloof te hechten aan de verzekeringen der socialisten, hoe vaak ook herhaald.

Dergelijke verzekeringen, zo zeggen de tegenstanders van het socialisme, worden, misschien te goeder trouw, gegeven door de intellectuelen uit de socialistische beweging. Maar de massa hunner aanhangers en volgers voelt in het geheel niets voor die idealen, en die massa, de grote proletarische massa, zal haar stempel drukken op de toekomstige maatschappij. Want Uw socialisme is een arbeiders-socialisme en Uw strijd is een klassenstrijd, die ten doel heeft, de arbeidersklasse tot heersende klasse te maken. En waar gij spreekt van een klassenloze samenleving, daar wil dat zeggen, dat al de andere klassen, voor zover zij niet vernietigd en uitgeroeid worden, moeten opgaan in de arbeidersklasse, zich aanpassen bij haar geestelijke snit en haar geestelijke behoeften. En wat willen deze arbeiders, die voor U, marxisten, voor U, arbeiders-socialisten (die misschien niets van het marxisme wilt weten en U niet eens „socialist” noemt, doch alleen maar „arbeiderspartij”) de normale mens vertegenwoordigen?

Wat zij willen, is reeds gezegd in Nietzsche’s „Zarathustra”, daar, waar gesproken wordt over de „laatste mens”. Men herinnert zich, hoe Zarathustra probeert, de massa aan het verstand te brengen, hoe walgelijk een wereld is van kudde-mensen, met kudde-idealen, en hoe dan, terwijl hij bezig is, het kudde-geluk te schilderen, de menigte uitroept: „Geef ons dat geluk, breng ons in de wereld van de vreedzame kudde en hou je dwaze idealen voor jezelf.” — Zó is de werkelijkheid. Het volk wil niets anders, dan een vreedzaam kudde-bestaan en als dat volk de heerschappij krijgt, en de gewone man „de maat aller dingen” wordt, dan zal de dictatuur van de middelmaat, de dictatuur van het geluk, de

Sluiten