Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landse markt, e.d., waarop we reeds wezen. Boven het klassebelang gaan in zulke gevallen het belang van de groep, van de onder-groep, van het individu — indien men de economische positie als doorslaggevend zou beschouwen.

En bij de arbeidersklasse is het niet anders. Hoe kinderlijk is de redenering van Kautsky, dat het stijgen van de lonen van de ene groep arbeiders ook dat van de andere ten gevolge zal hebben en dat dus in de loon-positie der arbeiders de grondslag van hun klasse-eenheid ligt. Alsof het niet mogelijk ware, de lonen van de ene groep arbeiders te verhogen ten koste van de andere groepen. Waar blijft die klasse-grondslag als b.v. de arbeiders in de grafische vakken, of in de diamant-industrie, of in het bouwbedrijf met hun werkgevers overeenkomsten aangaan, waardoor zo’n bedrijf een gesloten bedrijf zou worden, dat z’n eigen welvaart zou nastreven ten koste van de buitenstaanders? Men kan zeggen: dat is niet mogelijk, als het in alle bedrijfstakken geschiedt, want dan ontstaat een nieuw evenwicht. Maar in de eerste plaats ontstaat dat evenwicht niet op de grondslag der klassen, maar op die der nieuwe belangen-groepen, die we „corporaties” zouden kunnen noemen. En in de tweede plaats ligt hier de mogelijkheid van een vereniging der sterkste corporaties, die hun wil opleggen aan de zwakkere, waarbij dus een nieuwe overheersing ontstaat, die dwars door de oude klasse-scheidingen heen loopt.

Dit alles bewijst voldoende, dat men, uitgaande van het marxistische klassen-schema, tot allerlei moeilijkheden kan komen, die telkens weer het bestaan van krachten, buiten dat schema gelegen, in herinnering brengen.

Dit is zo voor de hand liggend, dat marxisten met enige werkelijkheidszin dit ook erkennen moeten. Zo zegt Cunow in zijn boek: „Die marxsche Geschichts-, Gesellschafts- und Staatstheorie” (verreweg de beste beschouwing die er van marxistische zijde over deze dingen bestaat) heel duidelijk (dl. II, pag. 69): „Die Klasseninteressen und -Motive sind keineswegs das allein Entscheidende. Der heutige Mensch gehort nicht nur einer Klasse an — manchmal, wie vorhin dargelegt wurde, auch mehreren x) — er ist zugleich mitglied eines Staates, einer Nation, eines Berufes, einer

) Op deze „complicatie”, dat een arbeider tegelijkertijd grondbezitter kan zijn, etc. etc. hebben we nog niet gewezen. Ook zonder dat is de theorie al aanvechtbaar genoeg.

Sluiten